Home Cultuur Sex & The City: de seksuele economie van San Nicolas

Sex & The City: de seksuele economie van San Nicolas

0

Sex & The City: de seksuele economie van San Nicolas

De verborgen infrastructuur van bars, vrouwen, vastgoed, stigma en macht die Aruba liet ontstaan, veroordeelde en nooit herontwierp.

Door: Suzette Dumfries

’s Avonds verandert een stad.

De zon zakt achter de gevels van San Nicolas. Lichten gaan aan. Deuren openen. Mannen komen en gaan. Aan sommige gevels kleeft een geschiedenis die iedereen kent, maar bijna niemand hardop benoemt.

Bars. Kamers. Geld. Schaamte. Overleving. Macht.

Voor velen is dit simpel: prostitutie. Een moreel probleem. Een schandvlek. Maar prostitutie in San Nicolas was nooit alleen prostitutie. Het was een economie met een begin, een ontwerp, een institutioneel fundament en een politieke keuze achter elk van die drie.

Lago Oil & Transport Company begon in 1924 in San Nicolas, Aruba, als overlaadstation voor ruwe olie uit Maracaibo. Op haar hoogtepunt werkten er meer dan tienduizend mensen uit 56 landen. San Nicolas, tot dan een gemeenschap van vissers, werd in enkele jaren een internationaal industrieel knooppunt.

Twee werelden ontstonden naast elkaar: de gesloten Lago Colony in Seroe Colorado, ontworpen voor Amerikaanse technische staf, en San Nicolas zelf, waar de rest woonde, at, dronk en overleefde.

Tussen die twee werelden, voor de duizenden mannen zonder gezin en ver van huis, ontstond een derde ruimte.

Na het werk moest er gegeten, gedronken, gevlucht en gevoeld worden.

En ergens tussen drank, geld, eenzaamheid en huid moest er ook ontladen worden.

Daar ontstond de seksuele economie van San Nicolas. Niet als toeval, maar als schaduwstructuur van de olie-economie. Even functioneel. Even systematisch. En even bewust gefaciliteerd.

De seksuele economie van San Nicolas werd niet gedoogd.

Zij werd ontworpen.

In 1926 legaliseerde de overheid prostitutie specifiek ten behoeve van matrozen en havenarbeiders. In 1942 stelde een koloniale commissie officieel vast dat gereguleerde prostitutie noodzakelijk was om „de kuisheid van de lokale vrouw” te beschermen. Buitenlandse vrouwen werden ingezet als buffer om sociale onrust te beheersen en om de productiviteit van de raffinaderij te waarborgen.

Na 1957 formaliseerde het Eilandbestuur de praktijk door driemaandsvisa te verstrekken aan vrouwen als „adult entertainer”. De sekswerkers kwamen uit Colombia, Venezuela, Cuba en de Dominicaanse Republiek, werkten onder een verblijfsvergunning van 90 dagen en werden wekelijks medisch gekeurd. Arubaanse vrouwen waren bij wet uitgesloten. Op haar hoogtepunt telde San Nicolas circa 31 actieve chica-bars.

Dit was geen gedoogbeleid. Dit was staatsgeleid beheer van migrantenarbeid in de seksuele sector. De overheid was niet toeschouwer. De overheid was architect.

Op 31 maart 1985 kwam het Lago-tijdperk abrupt ten einde: Exxon beëindigde de raffinage- en overslagactiviteiten van de raffinaderij in San Nicolas.

Tienduizend banen verdwenen.

Maar de seksuele economie verdween niet.

Zij bleef.

Niet omdat er beleid was om haar te continueren, maar omdat niemand beleid maakte om haar te transformeren.

De bars bleven open. De vrouwen bleven komen.

San Nicolas werd van industriestad iets wat niemand goed kon benoemen. Een stad die, zoals een reisbeschrijving het formuleerde, „vervallen was tot centrum van louche bars en prostitutie”.

Die zin onthult meer over Aruba dan over San Nicolas. Want de stad was niet vervallen. De stad was achtergelaten met de infrastructuur die Aruba zelf had gebouwd, gereguleerd en nooit herontwierp.

Aruba herinnert Lago graag als economische motor, maar praat veel minder graag over wat die industriële samenleving ruimtelijk en sociaal voortbracht.

Wie iets laat ontstaan, draagt verantwoordelijkheid voor wat het wordt. Precies daarom hoort het Red Light District niet aan de rand van het gesprek over de revitalisatie van San Nicolas. Het hoort in het centrum ervan.

Niet om San Nicolas te reduceren tot haar seksuele verleden. Niet om prostitutie te romantiseren. Niet om een ideologisch debat te voeren over voor of tegen. Maar omdat geen enkele serieuze stadsontwikkeling haar meest beladen infrastructuur buiten het plan kan laten.

Wie San Nicolas wil vernieuwen maar dit gebied overslaat, vernieuwt niet. Die schrijft fictie. Dan ontstaat geen serieuze revitalisatiestrategie, maar een cosmetisch verhaal dat de moeilijkste infrastructuur van de stad vermijdt.

Want de seksuele economie van San Nicolas is niet alleen een moreel vraagstuk. Zij is een stedelijk planningsvraagstuk. Zij raakt vastgoed, veiligheid, mobiliteit, nachteconomie, toezicht, gezondheid, informele macht, sociale kwetsbaarheid en economische ordening.

De vraag is daarom niet of San Nicolas haar seksuele economie moet behouden. De vraag is of San Nicolas volwassen genoeg is om haar eindelijk te ordenen. Want wat ongeordend blijft, wordt uitgebuit. Wat alleen veroordeeld wordt, verdwijnt niet. En wat niet wordt ontworpen, wordt uiteindelijk bestuurd door de sterkste informele belangen.

Het Red Light District van San Nicolas is geen voetnoot. Het is de lakmoesproef.

De huidige revitalisatieplannen, zoals busstations, trottoirs en boerenmarkten, zijn niet verkeerd. Maar zij zijn onvolledig. Zij spreken over de toekomst van San Nicolas zonder de werkelijkheid van San Nicolas volledig onder ogen te zien.

Want een stad vernieuwen zonder haar meest beladen gebied te benoemen, is geen moedige ontwikkeling. Het is selectieve verbeelding. Het is planning met gesloten ogen.

San Nicolas hoeft niet te blijven wat Aruba ervan maakte.

Maar San Nicolas kan ook niet worden wat het wil zijn zolang het begint met decoratie in plaats van waarheid.

De eerste vraag is daarom niet wat er gebouwd moet worden.

De eerste vraag is: wat durven we eindelijk te erkennen?

Inclusief dit.

Over de auteur

Suzette Dumfries is Nation Builder en strategisch adviseur op het snijvlak van institutionele ontwikkeling, economische weerbaarheid en maatschappelijke veerkracht.

Mobiele versie afsluiten