De parlementaire delegaties van Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben tijdens de Tripartiete bijeenkomst in Den Haag een gezamenlijke resolutie aangenomen. Daarmee reageren zij op de eenzijdige beslissing van Nederland om zich te onthouden van stemming over een VN-resolutie van 25 maart, waarin slavernij en de trans-Atlantische slavenhandel worden erkend als een van de zwaarste misdrijven tegen de menselijkheid.
Het initiatief voor de resolutie kwam van het Arubaanse parlementslid Shailiny Tromp-Lee en werd ondersteund door haar Curaçaose collega Seferina. Volgens Tromp-Lee raakt de Nederlandse opstelling rechtstreeks aan de geschiedenis, identiteit en voortdurende inspanningen van de eilanden op het gebied van bewustwording, onderwijs en herstel rond het slavernijverleden.
„Dit gaat niet om een incidentele fout of een eenvoudig communicatiegebrek”, aldus Tromp-Lee. „Deze zaak legt een veel dieper probleem bloot. Nederland ziet Aruba, Curaçao en Sint Maarten nog altijd niet als gelijkwaardige partners binnen het Koninkrijk. Helaas past dit in een breder patroon waarbij internationale besluiten worden genomen zonder onze landen te betrekken en waarbij onze belangen en gevoeligheden structureel worden genegeerd.”
In de resolutie stellen de drie parlementen dat de onthouding van het Koninkrijk bij de VN-stemming zonder voorafgaand overleg onaanvaardbaar is. Ook eisen zij een structureel consultatieprotocol, waarbij de Caribische landen al vanaf de initiëringsfase verplicht en tijdig worden betrokken bij vergelijkbare internationale standpunten. Volgens de delegaties mag geen enkel Koninkrijksstandpunt over slavernij of mensenrechten nog eenzijdig worden bepaald.
Daarnaast benadrukt de resolutie dat het beginsel van gelijkwaardigheid binnen het Statuut ook in de praktijk moet worden nageleefd. Dat betekent volgens de drie parlementen dat de Caribische landen een vaste en structurele rol moeten krijgen bij beslissingen over buitenlandse betrekkingen die hen rechtstreeks raken.
De resolutie werd op 5 juni 2026 formeel vastgesteld in Den Haag en zal via het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) officieel worden overhandigd aan de delegatie van de Staten-Generaal in Nederland.
De drie Caribische delegaties vragen om een schriftelijke reactie en een concreet voorstel voor herstructurering van de consultatieprocedures binnen drie maanden. Centraal daarin staat het uitgangspunt: „Geen besluiten over ons verleden, zonder onze stem in het heden.”
