Netflix heeft opnieuw een veelbelovende film stilletjes aan zijn aanbod toegevoegd, zonder er veel aandacht aan te besteden. De komedie ‘Little Brother’, geregisseerd door Matt Spicer, is inmiddels beschikbaar op het streamingplatform en verdient zeker meer aandacht dan het tot nu toe heeft gekregen.
De film draait om de combinatie van twee komische krachtpatsers: John Cena en Eric André. Alleen al de gedachte dat deze twee samen voor de camera staan, is genoeg om de lachspieren alvast op te warmen. Cena speelt een halfberoemde vastgoedondernemer die onverwacht wordt herenigd met zijn vroegere mentee uit een Big Brothers Big Sisters-programma, gespeeld door André. Alsof dat niet genoeg is, doet Cena’s personage tegelijkertijd mee aan een realityshow waarin New Yorkse vastgoedmakelaars het tegen elkaar opnemen. Het recept voor een stortvloed aan gênante en hilarische situaties is daarmee compleet.
Een extra troef is de casting van Chris Meloni als de succesvolle oudere broer van Cena’s personage. De rivaliteit tussen deze twee broers, waarbij Cena voortdurend in de schaduw staat van zijn machtigere sibling, vormt op zichzelf al een sterk komisch uitgangspunt, nog voordat André überhaupt in beeld verschijnt.
Wat betreft de humor: de film schroomt niet om ver te gaan. André staat bekend om zijn grensverleggende, soms ronduit schaamteloze grappen, en ook in ‘Little Brother’ trekt hij die lijn volledig door. Cena gaat daarin volledig mee. Toch is de film meer dan alleen platvloerse humor. Onder de oppervlakte schuilt een oprecht verhaal over familie en het zoeken naar betekenis in het leven. Twee geplaagde zielen vinden via een chaotisch en vulgair avontuur uiteindelijk hun weg.
Technisch gezien is de film ook verzorgd. Brandon Trost, een ervaren cameraman, tekent voor de cinematografie, terwijl elektronische muzikant Dan Deacon de soundtrack heeft verzorgd. Dat geeft de film een eigentijdse, energieke uitstraling die past bij het verhaal.
De recensies zijn wisselend, maar het aantal beoordelingen op Rotten Tomatoes is nog beperkt. Gerespecteerde filmcritici zoals Matt Zoller Seitz en Glenn Kenny, die bekendstaan om hun eerlijke en onbevooroordeelde oordelen over uiteenlopende films, vonden de komedie ronduit grappig.
Met een speelduur van precies honderd minuten vraagt de film niet te veel van je tijd. Voor wie op zoek is naar een luchtige, ongedwongen film voor in het weekend, biedt ‘Little Brother’ precies wat het belooft: een flinke dosis lachen. Geen Oscarkandidaat, maar dat hoeft ook niet altijd. Soms is een film die je honderd minuten lang aan het lachen maakt meer dan genoeg.
