ORANJESTAD — Terwijl Venezuela woensdagavond door twee zeer zware aardbevingen werd getroffen en Aruba in een internationale beoordeling van een mogelijke tsunamidreiging werd genoemd, bleef een publieke waarschuwing van het Crisis Management Office Aruba uit. Er kwam geen direct veiligheidsbericht, geen situatie-update, geen persbericht en geen proactieve informatievoorziening aan de media.
Journalisten moesten zelf naar het kantoor van CMO om informatie en duidelijkheid te verkrijgen. Dat is het tegenovergestelde van hoe crisiscommunicatie tijdens een snel ontwikkelende noodsituatie behoort te functioneren. De verantwoordelijke instantie had zelf onmiddellijk geverifieerde informatie aan media en bevolking moeten verspreiden.
Voor inwoners en nieuwsorganisaties was er tijdens de kritieke eerste periode letterlijk geen zichtbare communicatie van het Arubaanse crisisorgaan.
Op het niveau waarop het waarschuwingssysteem voor publiek en pers moest functioneren, was daarom sprake van een volledige communicatieve mislukking.
Twee zware aardbevingen en regionale onzekerheid
Venezuela werd woensdagavond binnen minder dan één minuut getroffen door twee zware aardbevingen. Internationale seismologische gegevens vermeldden voorlopige magnitudes van 7,2 en 7,5.
De bevingen veroorzaakten zware schade in Caracas en andere delen van Venezuela. Gebouwen en muren stortten in, inwoners verlieten hun woningen en reddingsdiensten begonnen met zoek- en hulpverleningswerkzaamheden.
Kort na de bevingen werd internationaal onderzocht of gevaarlijke tsunamigolven delen van de regio konden bereiken. Venezuela, Aruba, Curaçao en Bonaire werden daarbij in de regionale beoordeling genoemd.
De dreiging werd later ingetrokken. Gedurende de periode daarvoor bestond echter onzekerheid over het mogelijke risico voor de ABC-eilanden.
Bonaire waarschuwde de bevolking wel
Het Openbaar Lichaam Bonaire verspreidde wel een openbaar bericht over de aardbeving en de mogelijke regionale tsunamidreiging. Daarmee kregen inwoners ten minste officiële bevestiging dat de autoriteiten op de hoogte waren, de ontwikkelingen volgden en nieuwe informatie zouden delen.
Dat is een wezenlijk onderdeel van crisiscommunicatie. Een eerste bericht hoeft nog geen evacuatiebevel te bevatten. Het kan eenvoudig vermelden dat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden, dat mogelijke gevolgen worden onderzocht en dat de bevolking officiële kanalen moet blijven volgen.
Bonaire liet daarmee zien dat tijdige communicatie mogelijk was, ook terwijl de internationale beoordeling nog gaande was.
Op Aruba ontvingen sommige inwoners een automatische waarschuwing via het Android Earthquake Alerts System. Die melding kwam echter van Google en niet van een Arubaanse overheidsinstantie.
Het gevolg was dat buitenlandse technologische systemen en autoriteiten op een ander eiland eerder zichtbaar communiceerden dan Aruba’s eigen crisisorganisatie.
Media moesten zelf naar CMO
Volgens de eigen waarneming van Amigoe Aruba kwam geen waarschuwing, mediabericht of operationele toelichting van CMO binnen via de gebruikelijke communicatiekanalen.
In plaats van dat CMO actief informatie aan nieuwsredacties verspreidde, moesten journalisten zelf naar het kantoor van de organisatie om te achterhalen wat er aan de hand was en of Aruba gevaar liep.
Dat is een fundamentele omkering van verantwoordelijkheden.
Tijdens een mogelijke noodsituatie behoort een crisisorganisatie niet af te wachten totdat journalisten zich fysiek melden. CMO moet beschikken over actuele medialijsten, directe communicatiekanalen en vooraf voorbereide formats waarmee binnen enkele minuten een eerste officiële verklaring kan worden verspreid.
De media zijn in dergelijke omstandigheden geen buitenstaanders die zelf informatie moeten zoeken. Zij vormen een essentieel onderdeel van de publieke waarschuwingsketen en kunnen officiële informatie snel onder grote delen van de bevolking verspreiden.
Wanneer CMO die informatie niet actief aanlevert, ontstaat een vacuüm waarin sociale media, geruchten, buitenlandse meldingen en ongeverifieerde video’s de informatievoorziening overnemen.
Letterlijk geen waarschuwing
Tijdens de relevante periode werd via de publiek gecontroleerde kanalen van CMO geen bericht aangetroffen waarin werd gemeld:
- dat twee zware aardbevingen Venezuela hadden getroffen;
- dat Aruba in een regionale tsunami-evaluatie werd genoemd;
- dat de situatie door Arubaanse instanties werd gevolgd;
- dat inwoners kalm moesten blijven;
- dat mensen afstand van de kust moesten houden of juist geen actie hoefden te ondernemen;
- waar officiële vervolgberichten zouden worden gepubliceerd.
Er was ook geen zichtbaar bericht aan nieuwsredacties met achtergrondinformatie, een officiële woordvoerder, veiligheidsinstructies of een tijdstip voor een volgende update.
Voor publiek en media was er daarmee letterlijk niets.
Early Warning System doorstond praktijktest niet
De Arubaanse overheid presenteerde in maart 2025 met nadruk het Early Warning System. Het systeem moest Aruba beter voorbereiden op natuurrampen en inwoners vroegtijdig kunnen waarschuwen, onder meer door middel van sirenes.
Tijdens de aardbevingen in Venezuela werd voor zover publiekelijk kon worden vastgesteld geen sirenealarm geactiveerd. Dat kan verklaarbaar zijn wanneer geen evacuatie of onmiddellijk fysiek gevaar werd vastgesteld.
Het ontbreken van sirenes verklaart echter niet waarom ook iedere andere zichtbare vorm van crisiscommunicatie uitbleef.
Een waarschuwingssysteem bestaat niet alleen uit sirenes. Het omvat ook monitoring, interne beoordeling, besluitvorming, perscommunicatie, sociale media, websiteberichten, directe meldingen en instructies aan de bevolking.
Wanneer al deze zichtbare onderdelen tijdens een reële regionale dreiging geen informatie opleveren, kan het systeem vanuit het perspectief van de burger niet als succesvol worden beschouwd.
Deze gebeurtenis was een concrete praktijktest. Op het gebied van openbare waarschuwing en mediacommunicatie heeft Aruba die test niet doorstaan.
Geen bewijs van volledige technische uitval
Op basis van openbare informatie kan niet worden vastgesteld dat alle interne of technische systemen van CMO zijn uitgevallen.
Daarvoor moeten onder meer de ontvangstlogboeken, interne meldingen, beslisdocumenten, communicatieprotocollen en technische statusrapporten worden onderzocht.
Mogelijk ontving CMO wel internationale berichten en besloot de organisatie intern dat geen sirene of evacuatie nodig was. Ook in dat geval blijft echter de vraag waarom de bevolking en media niet onmiddellijk over die beoordeling werden geïnformeerd.
De vastgestelde tekortkoming betreft daarom in ieder geval de volledige zichtbare communicatieketen: van ontvangst van internationale informatie tot het informeren van pers en publiek.
Geen gevaar achteraf is geen rechtvaardiging voor stilte
Dat uiteindelijk geen gevaarlijke tsunami op Aruba werd bevestigd, maakt de aanvankelijke stilte niet minder ernstig.
Een waarschuwingssysteem wordt niet alleen beoordeeld aan de hand van de uiteindelijke uitkomst. Het wordt juist beoordeeld op de snelheid, betrouwbaarheid en duidelijkheid waarmee tijdens onzekerheid wordt gecommuniceerd.
Op het moment van de eerste internationale berichten was nog niet bekend hoe de situatie zich zou ontwikkelen. Juist toen hadden inwoners behoefte aan een officiële boodschap van hun eigen overheid.
Achteraf stellen dat geen tsunami is gekomen, kan niet dienen als rechtvaardiging voor het ontbreken van communicatie tijdens de periode waarin het risico nog werd onderzocht.
CMO moet volledige verantwoording afleggen
CMO dient publiekelijk uiteen te zetten:
- wanneer de eerste internationale waarschuwing werd ontvangen;
- welke functionarissen daarvan op de hoogte waren;
- welke beoordeling van het risico voor Aruba werd gemaakt;
- waarom geen publiek bericht werd verspreid;
- waarom geen informatie aan nieuwsredacties werd gestuurd;
- waarom journalisten zelf naar het kantoor moesten gaan;
- of de sirenes en digitale communicatiesystemen operationeel waren;
- welk protocol bepaalt wanneer het Early Warning System wordt geactiveerd;
- welke verbeteringen onmiddellijk worden doorgevoerd.
Ook moet duidelijk worden wie bestuurlijk en operationeel verantwoordelijk was voor het besluit om niet zichtbaar te communiceren.
Een inhoudelijke toelichting van CMO over deze punten was bij publicatie niet beschikbaar.
De conclusie op basis van de openbare informatie is scherp maar noodzakelijk: mogelijk hebben delen van het systeem intern gefunctioneerd, maar de publieke waarschuwings- en communicatieketen faalde volledig. Voor inwoners en media kwam er tijdens een ernstige regionale noodsituatie geen tijdige waarschuwing, geen uitleg en geen zichtbare leiding van het orgaan dat daarvoor verantwoordelijk is.
