Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft dinsdag een streep gezet door een uitvoeringsbesluit van president Donald Trump waarmee hij het zogenoemde ‘birthright citizenship’ wilde afschaffen. Dit is het grondwettelijke recht dat vrijwel ieder kind dat op Amerikaanse bodem wordt geboren automatisch het Amerikaans staatsburgerschap verleent.
De uitspraak van het hoogste rechtscollege van de Verenigde Staten wordt gezien als een flinke nederlaag voor Trump, die al vroeg in zijn tweede ambtstermijn probeerde dit recht via een presidentieel decreet te beperken. De meerderheid van de rechters oordeelde echter dat Trumps besluit in strijd is met het Veertiende Amendement van de Amerikaanse Grondwet.
Hoofdrechter John Roberts verwoordde het oordeel van de meerderheid als volgt: staatsburgerschap is het recht om rechten te hebben, om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. De opstellers van het Veertiende Amendement garandeerden dat recht aan iedereen die vrij geboren werd op Amerikaanse grond, en dat belofte wordt ook vandaag nagekomen.
Wat is birthright citizenship?
Het begrip ‘birthright citizenship’ houdt in dat iedereen die in de Verenigde Staten wordt geboren, automatisch aanspraak kan maken op het Amerikaans staatsburgerschap. Er zijn slechts enkele uitzonderingen, waarvan de meest bekende de kinderen van buitenlandse diplomaten betreft. Zij vallen buiten deze regeling.
Het recht is verankerd in het Veertiende Amendement van de Amerikaanse Grondwet, dat na de Amerikaanse Burgeroorlog werd toegevoegd. Het amendement werd destijds specifiek opgesteld om te garanderen dat zwarte Amerikanen, waaronder voormalige slaven, dezelfde rechten en bescherming zouden genieten als alle andere burgers. In de loop der jaren hebben meerdere uitspraken van het Hooggerechtshof de reikwijdte van dit recht bevestigd en versterkt.
Trumps poging tot beperking
Trump betoogde dat het geboorterecht op staatsburgerschap niet van toepassing zou moeten zijn op kinderen van mensen die illegaal of tijdelijk in de Verenigde Staten verblijven. Hij ondertekende kort na zijn aantreden een uitvoeringsbesluit om dit te regelen. Critici en juridische experts wezen er echter direct op dat een dergelijke maatregel in strijd is met de grondwet en niet via een presidentieel decreet kan worden doorgevoerd.
Verschillende staten en belangenorganisaties spanden vervolgens rechtszaken aan om het besluit te blokkeren. Lagere rechtbanken schortten het decreet al snel op, waarna de zaak uiteindelijk zijn weg vond naar het Hooggerechtshof.
De uitspraak van het Hooggerechtshof maakt nu definitief een einde aan Trumps poging om het geboorterecht via een omweg te beperken. Het is nog onduidelijk hoe de president op de uitspraak zal reageren en of hij verdere stappen zal ondernemen om zijn doelstelling alsnog te bereiken, bijvoorbeeld via wetgeving in het Congres.
