Op 2 juli trokken Algerijnen naar de stembus voor de verkiezing van een nieuw parlement. De verkiezingen werden overschaduwd door verwachtingen van een lage opkomst onder de 25 miljoen kiesgerechtigde burgers.
De stembusgang vindt plaats in een gespannen politieke sfeer. De Algerijnse regering heeft ongeveer een derde van alle potentiële kandidaten gediskwalificeerd. Meerdere politici klagen dat zij bewust werden tegengehouden om deel te nemen in belangrijke kiesdistricten. Dit heeft geleid tot kritiek op de eerlijkheid en openheid van het verkiezingsproces.
Naast de politieke controverse speelt ook de hoge kosten van levensonderhoud een belangrijke rol in de belevingswereld van de gewone Algerijn. Veel burgers worstelen met stijgende prijzen en economische onzekerheid, wat de betrokkenheid bij de politiek verder onder druk zet.
Analisten verwachten dat de opkomst laag zal uitvallen, een trend die in Algerije al langer zichtbaar is bij nationale verkiezingen. Een groot deel van de bevolking voelt zich niet vertegenwoordigd door de bestaande politieke partijen en heeft weinig vertrouwen in de instellingen.
De verkiezingen zijn bedoeld om het nationale parlement, de Volksvergadering, te vernieuwen. Ondanks de kritiek op het verloop van het proces gingen de stembureaus op de vastgestelde datum open en konden burgers hun stem uitbrengen.
