De Letse regisseur Viesturs Kairišs heeft een biografische film gemaakt over een van de grootste basketbalsters aller tijden: Ulyana Semjonova. De film, getiteld ‘Ulya’, werd beoordeeld op 2 juni 2026 en wekt zowel bewondering als enige teleurstelling op.
Semjonova, die in de Sovjet-Unie opgroeide en speelde, gold decennialang als een dominante kracht in het vrouwenbasketbal. Met haar imposante lengte en uitzonderlijke talent was zij vrijwel onverslaanbaar op het veld. De film probeert dit bijzondere leven te vangen, maar slaagt daar slechts gedeeltelijk in.
Hoofdrolspeler Arnolds Karlis Avots vertolkt de rol van Semjonova op een ingetogen, melancholieke wijze. De vertolking roept een gevoel van eenzaamheid op dat door de gehele film heen voelbaar is. Kairišs kiest bewust voor een sobere stijl, waarmee hij de isolatie benadrukt die roem en uitzonderlijkheid met zich mee kunnen brengen. Als kind van de Sovjet-sportmachine was Semjonova weliswaar een icoon, maar tegelijkertijd ook gevangene van haar eigen status.
Visueel is de film onmiskenbaar sterk. De cinematografie ademt de sfeer van de Sovjet-Unie: grijs, koud en tegelijkertijd groots. De beelden onderstrepen het thema van vervreemding dat centraal staat in het verhaal. Kairišs toont zich een vakman in het neerzetten van sfeer en stemming.
Toch schiet de film tekort op het gebied van diepgang. Waar de kijker meer wil weten over de innerlijke wereld van Semjonova — haar dromen, haar twijfels, haar persoonlijke relaties — blijft de film aan de oppervlakte. Het portret dat ontstaat is weliswaar treffend, maar blijft eendimensionaal. De toeschouwer leert Semjonova kennen als symbool, maar nauwelijks als mens van vlees en bloed.
Dit is een gemiste kans, want het leven van Semjonova biedt genoeg materiaal voor een rijker verhaal. Zij groeide op in Letland, speelde haar gehele carrière voor het Sovjet-team en werd nooit in de gelegenheid gesteld om in de Amerikaanse profcompetitie uit te komen, iets wat haar internationale bekendheid beperkte. Juist die spanning tussen haar enorme talent en de beperkingen van het systeem waarin zij leefde, had de film kunnen verdiepen.
Kairišs kiest echter voor terughoudendheid boven uitleg, voor sfeer boven verhaal. Dat levert een esthetisch fraaie film op, maar laat de kijker met vragen achter die onbeantwoord blijven.
‘Ulya’ is daarmee een film die indruk maakt zonder volledig te overtuigen. Voor wie geïnteresseerd is in de Sovjet-sportgeschiedenis of in biografische films met een artistieke inslag, is de film zeker het bekijken waard. Wie echter op zoek is naar een volledig en meeslepend levensverhaal, zal enigszins teleurgesteld achterblijven. De film is een schets waar een schilderij had kunnen zijn.





