De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt voor hantavirussen, een groep virussen die via knaagdieren op mensen worden overgedragen en ernstige ziekten kunnen veroorzaken. In Amerika kan de infectie leiden tot een dodelijke longaandoening met een sterftekans van tot vijftig procent.
Hantavirussen vormen wereldwijd een serieuze volksgezondheidszorg. De virussen worden overgedragen via contact met urine, uitwerpselen of speeksel van besmette knaagdieren en kunnen bij mensen leiden tot ernstige, soms dodelijke ziektebeelden. Er bestaat geen goedgekeurd antiviraal middel of vaccin tegen de infectie, waardoor vroege medische ondersteuning de enige behandeloptie blijft.
In Noord-, Midden- en Zuid-Amerika veroorzaken hantavirussen het hantavirus cardiopulmonair syndroom, een snel verlopende aandoening die de longen en het hart aantast. De sterftekans bij deze ziektevorm ligt doorgaans tussen de twintig en veertig procent en kan oplopen tot vijftig procent. In Europa en Azië leiden hantavirussen juist tot hemorragische koorts met niersyndroom, waarbij de nieren en bloedvaten worden aangetast. De sterftekans in deze regio's ligt lager, tussen minder dan één en vijftien procent.
Worldwijd worden jaarlijks naar schatting tussen de tienduizend en meer dan honderdduizend infecties geregistreerd. De grootste ziektelast bevindt zich in Azië en Europa. In Oost-Azië, met name in China en Zuid-Korea, worden jaarlijks duizenden gevallen van het niersyndroom gemeld. In Amerika is het cardiopulmonaire syndroom zeldzamer, met honderden gevallen per jaar verspreid over het continent.
Menselijke besmetting vindt vrijwel uitsluitend plaats via knaagdieren. Activiteiten zoals het schoonmaken van slecht geventileerde ruimtes, landbouwwerk, bosarbeid en verblijf in door knaagdieren bewoonde gebouwen verhogen het risico aanzienlijk. Overdracht van mens op mens is tot nu toe uitsluitend gedocumenteerd bij het Andesvirus in Zuid-Amerika, met name in Argentinië en Chili, en blijft zeldzaam. Die overdracht treedt op bij langdurig en nauw contact, vooral tussen huisgenoten of intieme partners.
De eerste symptomen verschijnen doorgaans één tot acht weken na blootstelling en omvatten koorts, hoofdpijn, spierpijn en maagdarmklachten. Bij het cardiopulmonaire syndroom kan de toestand snel verslechteren met hoest, kortademigheid, vochtophoping in de longen en shock. Bij het niersyndroom kunnen bloedingstoornissen en nierfalen optreden in een later stadium.
Diagnose is in een vroeg stadium moeilijk omdat de symptomen sterk lijken op andere koorts- of luchtweginfecties zoals griep, dengue of longontsteking. Laboratoriumbevestiging vereist serologisch onderzoek of moleculaire technieken zoals RT-PCR. Monsters van patiënten gelden als biologisch gevaarlijk materiaal en moeten onder maximale veiligheidsomstandigheden worden verwerkt.
Preventie berust voornamelijk op het beperken van contact tussen mensen en knaagdieren. Concrete maatregelen zijn het afdichten van gebouwen, het veilig opslaan van voedsel, het bevochtigen van besmette oppervlakken vóór reiniging en het naleven van handhygiëne. De Wereldgezondheidsorganisatie werkt samen met landen en partners aan versterking van surveillance, laboratoriummogelijkheden en uitbraakbestrijding, en promoot een geïntegreerde aanpak die de verbinding legt tussen menselijke gezondheid, knaagdierreservoirs en de omgeving.








