ORANJESTAD – Minister Geoffrey Wever heeft deze week in Nederland deelgenomen aan een congres in het kader van 70 jaar Statuut van het Koninkrijk. Aan het congres namen ook vertegenwoordigers van regeringen en parlementen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten deel.
Tijdens zijn presentatie ging Wever in op de relatie met het CAft, die hij volgens de meegedeelde informatie als goed omschreef. Aan het einde van zijn bijdrage meldde de minister dat de regering van Aruba werkt aan een rijkswet die het land meer flexibiliteit moet bieden.
Die mededeling leidde tot kritische reacties vanuit de zaal. Vanuit verschillende hoeken werd de vraag gesteld hoe het streven naar meer flexibiliteit zich verhoudt tot de keuze voor een rijkswet, binnen het Koninkrijk juist een zwaar en weinig flexibel juridisch instrument.
Volgens de verklaring stelde ook Statenlid Edgard Vrolijk vragen over de duur van een mogelijk traject. Daarbij zou zijn gewezen op uitlatingen dat uittreding uit de rijkswet na zeven jaar mogelijk zou zijn, terwijl op Aruba eerder een termijn van drie jaar is genoemd. Vrolijk vroeg in dat verband om toelichting op artikel 42 van de betreffende regeling, waarin voorwaarden voor uittreding zijn opgenomen.
Ook ministers en parlementariërs uit Curaçao zouden scherpe vragen hebben gesteld aan Wever. Volgens de MEP-fractie kon de minister niet op alle vragen een antwoord geven. De fractie stelt verder dat Wever het congres voortijdig heeft verlaten en niet is teruggekeerd.
De verklaring is afkomstig van de fractie van MEP, die kritisch is over het voornemen om via een rijkswet meer beleidsruimte voor Aruba te creëren.




