WILLEMSTAD — De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft vandaag advies uitgebracht aan minister Sithree ‘Cey’ van Heydoorn van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport (OWCS) over het concept-landsbesluit voor het Sportfonds Curaçao.
Met het landsbesluit wil de regering vastleggen hoe publieke middelen voor sport worden ingezameld, verdeeld en verantwoord. Het fonds moet zorgen voor structurele ondersteuning van de sportsector, variërend van buurtsport tot topsport, en moet daarnaast bijdragen aan beleid op het gebied van gezondheid, sociale samenhang en talentontwikkeling.
In het voorstel zijn onder meer de doelstellingen van het fonds, de voorwaarden voor subsidieaanvragen en de regels voor beoordeling en verantwoording uitgewerkt.
De SER heeft het concept beoordeeld aan de hand van drie invalshoeken: juridisch, financieel en sociaaleconomisch. Juridisch kijkt de raad of de regeling past binnen de Landsverordening Sportfonds Curaçao (P.B. 2021, no. 120) en het bestaande wettelijke kader. Financieel en vanuit risicobeheersing is onder meer gekeken naar de herkomst van de middelen, de houdbaarheid op middellange termijn en mogelijke risico’s zoals het opstapelen van ongebruikte gelden en dubbelfinanciering. Vanuit sociaaleconomisch perspectief beoordeelt de SER in hoeverre het fonds kan bijdragen aan gezondheid, participatie en productiviteit.
De raad spreekt zich in het advies niet uit over de vraag of het Sportfonds in de huidige vorm moet worden ingevoerd. Wel formuleert de SER volgens het persbericht een aantal kernvragen over legaliteit, financiële duurzaamheid en aantoonbare maatschappelijke opbrengst die de regering bij de verdere besluitvorming moet beantwoorden.




