Home Politiek Xiomara Maduro zet vraagtekens bij draagvlak voor Rijkswet HOFA

Xiomara Maduro zet vraagtekens bij draagvlak voor Rijkswet HOFA

0

ORANJESTAD — MEP-parlementariër Xiomara Maduro plaatst vraagtekens bij de vraag of er daadwerkelijk sprake was van vrijwillige consensus voor de Rijkswet HOFA. Volgens haar blijft in het advies van de Raad van State een fundamentele kwestie onbeantwoord: of Aruba het Bestuurlijk Akkoord met Nederland uit vrije wil heeft gesloten, of onder zware financiële en politieke druk.

Maduro wijst erop dat de Raad van State in zijn beoordeling uitgaat van het Bestuurlijk Akkoord als basis voor consensus tussen Aruba en Nederland over een nieuwe vorm van financieel toezicht. Volgens haar wordt daarbij echter onvoldoende stilgestaan bij de omstandigheden waaronder die afspraken tot stand kwamen.

Zij stelt dat Aruba tijdens en na de coronacrisis sterk afhankelijk was van financiële steun van Nederland. Daardoor was volgens haar geen sprake van onderhandelingen tussen gelijkwaardige partners. Die afhankelijkheid zou het onderhandelingsproces wezenlijk hebben beïnvloed.

Een belangrijk punt in haar kritiek is dat Nederland volgens Maduro de toekomst van het financieel toezicht als drukmiddel heeft gebruikt. Zij stelt dat Aruba voor de keuze werd gesteld om in te stemmen met financieel toezicht in een nieuw wettelijk kader via de Rijkswet, of het bestaande onafhankelijke toezicht te verliezen.

Volgens Maduro heeft dat toezicht jarenlang bijgedragen aan het vertrouwen van investeerders en internationale financiële markten in Aruba. Het plotseling wegvallen daarvan zou de financiële geloofwaardigheid van het land kunnen schaden. Daarmee zou de onderhandelingspositie van Aruba verder zijn verzwakt.

Daarnaast wijst Maduro op het risico dat zonder akkoord met Nederland de herfinanciering van de tijdens de coronacrisis opgebouwde schulden niet verzekerd zou zijn. Dat zou Aruba volgens haar in direct gevaar hebben gebracht om niet aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Zij verwijst in dat verband naar een brief van toenmalig staatssecretaris Van Huffelen, waarin die dreiging volgens haar expliciet werd vastgelegd.

De centrale vraag blijft volgens Maduro daarom of werkelijk van consensus kan worden gesproken wanneer een land onderhandelt onder dreiging van verlies van financieel toezicht, risico op wanbetaling en grote financiële afhankelijkheid. Zij vindt dat de Raad van State wel de juridische kant van de Rijkswet HOFA heeft beoordeeld, maar niet de principiële vraag heeft beantwoord of Aruba daadwerkelijk de vrijheid had om nee te zeggen tegen het Bestuurlijk Akkoord.

Volgens Maduro blijft zonder beantwoording van die vraag een wezenlijk onderdeel van Aruba’s recente constitutionele geschiedenis zonder kritische evaluatie. Pas als duidelijk is of de instemming vrijwillig was, kan volgens haar worden vastgesteld of er werkelijk sprake was van consensus.

Mobiele versie afsluiten