Op ongeveer twintig Amerikaanse luchthavens wordt de beveiliging niet uitgevoerd door de federale Transport Security Administration (TSA), maar door particuliere beveiligingsbedrijven. Veel reizigers merken dit verschil nauwelijks op.
Een goed voorbeeld is Kansas City International Airport in Missouri. Daar dragen de beveiligingsmedewerkers uniformen met Amerikaanse vlagpatches en officieel ogende badges, maar ze zijn in dienst van VMD Corp., een privaat bedrijf uit McLean, Virginia. Reizigers die gevraagd werden naar dit onderscheid, reageerden verrast. ‘Ik had het niet eens door’, zei een vrouw die op weg was naar Portland. Een andere reiziger grapte dat ze haar kinderen heeft geleerd om bij de beveiliging gewoon hun mond te houden en door te lopen.
De taakverdeling is duidelijk: de private medewerkers controleren identiteitsbewijzen, scannen bagage en begeleiden reizigers door de beveiligingspoorten. De TSA is echter ook aanwezig op de luchthaven, maar in een toezichthoudende rol. Zij controleren of de private medewerkers zich houden aan alle federale regels en procedures. Volgens Gabe Murphy, programmamanager van VMD op Kansas City International, werken beide partijen volgens exact dezelfde protocollen: ‘Hun werkwijze is onze werkwijze.’
De mogelijkheid om te kiezen tussen federale en private beveiliging stamt uit de periode direct na de aanslagen van 11 september 2001. Bij de oprichting van de TSA besloot de Amerikaanse overheid luchthavens de vrijheid te geven: ze konden kiezen voor federale beveiligingsmedewerkers of zich aansluiten bij het zogeheten Screening Partnership Program, waarbij private bedrijven de beveiligingstaken overnemen onder toezicht van de TSA.
De afgelopen jaren groeit de interesse in dit private model. De TSA heeft onlangs zelfs een nieuw programma gelanceerd, genaamd ‘Gold+’, dat erop gericht is meer luchthavens te stimuleren over te stappen op private beveiliging. Voorstanders stellen dat private bedrijven flexibeler kunnen opereren en mogelijk kostenefficiënter zijn, terwijl de veiligheidsstandaarden gelijk blijven omdat de TSA het toezicht behoudt.
Critici plaatsen vraagtekens bij dit model. Zij wijzen erop dat winstgerichte bedrijven mogelijk minder prioriteit geven aan veiligheid als dat ten koste gaat van de winst. Bovendien kan het voor reizigers verwarrend zijn als de scheidslijn tussen overheid en private sector vervaagt, zeker op een plek die zo nauw verbonden is met nationale veiligheid.
Voor de gemiddelde reiziger maakt het in de praktijk weinig verschil. De procedures zijn identiek, de uniformen lijken op elkaar en de controles verlopen op dezelfde manier. Toch is de vraag wie er verantwoordelijk is voor de veiligheid op luchthavens meer dan een administratief detail. Naarmate meer luchthavens overwegen over te stappen op private beveiliging, wordt het debat over de juiste balans tussen overheidsverantwoordelijkheid en marktwerking steeds relevanter.