Het is alsof het huwelijk al voltrokken is, maar de trouwring nog niet is uitgewisseld. Zo omschrijven waarnemers het akkoord dat maandag werd aangekondigd tussen de Verenigde Staten en Iran: een overeenkomst om een overeenkomst te sluiten.
Na meer dan honderd dagen van gewapend conflict, dat begon met gezamenlijke Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Teheran op 28 februari, hebben beide landen besloten de wapens neer te leggen en een onderhandelingsproces van zestig dagen te starten. Analisten benadrukken echter dat de echte uitdagingen nog komen: de technische details zijn misschien overbrugbaar, maar de politieke obstakels zijn dat een stuk minder.
Het staakt-het-vuren wordt in de regio breed verwelkomd. Golfstaten, die maandenlang te maken hadden met Iraanse beschietingen van Amerikaanse militaire installaties op hun grondgebied, kunnen opgelucht ademhalen. Libanon ziet een sprankje hoop, al gaan Israëlische aanvallen door en bezet Israël nog altijd bijna een vijfde van het land. Ook op de wereldmarkten werd positief gereageerd: de Straat van Hormuz is weer open voor scheepvaart en de olieprijzen daalden na weken van onzekerheid.
De volledige tekst van het akkoord, dat vrijdag formeel in Genève ondertekend zou worden, is nog niet openbaar gemaakt. De afgelopen dagen circuleerden tegenstrijdige berichten over de inhoud, grotendeels gebaseerd op informatie via via.
Wat wél duidelijk is: het akkoord stelt de zwaarste kwesties uit. Volgens het Iraanse persbureau Mehr krijgen beide partijen zestig dagen om tot een definitief akkoord te komen over het Iraanse nucleaire programma en de bestemming van de circa 440 kilogram hoogverrijkt uranium dat Iran in bezit heeft. In die periode zou ook 24 miljard dollar aan bevroren Iraanse tegoeden worden vrijgegeven. De Amerikaanse kant heeft deze details echter nog niet bevestigd.
Opvallend is dat twee van de meest gevoelige onderwerpen volledig buiten de onderhandelingen zijn gehouden: het Iraanse raketprogramma en de steun van Iran aan gewapende groeperingen in de regio. Dit zijn precies de punten die de Amerikaanse en Iraanse diplomatie al decennialang bemoeilijken.
Volgens analisten is het begrijpelijk dat beide partijen eerst de schijn van vrede wilden creëren en de details voor later bewaren. Maar die aanpak brengt risico’s met zich mee. De komende zestig dagen worden een cruciale test: kunnen onderhandelaars de diepe politieke kloof overbruggen die al zo lang bestaat tussen Washington en Teheran?
De regio kijkt gespannen toe. De hoop op stabiliteit is er, maar de weg naar een duurzaam akkoord blijft lang en hobbelig.
