Ray Bradbury geldt als een van de grootste namen in de sciencefictionliteratuur. Zijn werken zoals Fahrenheit 451, The Martian Chronicles en The Illustrated Man worden nog altijd op scholen gelezen. Fahrenheit 451 wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke dystopische romans ooit geschreven. Het verhaal speelt zich af in een toekomstig Amerika waar het lezen van boeken verboden is. Burgers worden aangemoedigd om intellectueel ingestelde buren aan te geven bij de autoriteiten. De hoofdpersoon Montag werkt als brandweerman, maar dan wel een die boeken opspoort en verbrandt in opdracht van de overheid.
Wat het boek zo beklemmend maakt, is dat het boekenverbod niet door een dictatuur werd opgelegd, maar geleidelijk ontstond vanuit de samenleving zelf. Televisie en beeldschermen zorgden ervoor dat mensen steeds minder interesse kregen in lezen. Boeken werden eerst ongepast gevonden en uiteindelijk verboden. Bradbury schetste een wereld waarin mensen verslaafd raakten aan korte videofragmenten en schermen, en steeds minder behoefte hadden aan echte menselijke interactie of diepgaand denken.
Met zo’n wereldvisie is het niet verrassend dat Bradbury weinig op had met film en televisie. Hij was bijvoorbeeld ronduit negatief over de televisiebewerking van zijn eigen The Martian Chronicles.
In 1991 gaf Bradbury samen met medeauteur Kurt Vonnegut een interview voor The Cable Guide, dat later werd herdrukt door het tijdschrift Mental Floss. Tijdens dat gesprek liet Bradbury zich ook uit over de actiefilm Predator uit 1987, geregisseerd door John McTiernan. Zijn oordeel was vernietigend wat betreft de inhoud, maar hij voegde er wel een compliment aan toe over de technische uitvoering.
Predator volgt een groep geharde paramilitaire soldaten onder leiding van Arnold Schwarzenegger. Ze worden naar een fictief Midden-Amerikaans land gestuurd om een minister te redden wiens helikopter is neergestort. Al snel blijkt dat de mannen zelf worden bejaagd door een buitenaards wezen dat zich vrijwel onzichtbaar kan maken. Dit alien doodt mensen puur voor de sport en laat hun lichamen achter in de bomen. Net als in een slasherfilm worden de stoere soldaten een voor een uitgeschakeld, wat aantoont dat zelfs de taaisten machteloos zijn.
Bradbury vond in de film geen enkele inhoudelijke diepgang. Hij was sowieso kritisch over televisie en film in het algemeen en noemde het medium grotendeels waardeloos. Toch erkende hij dat Predator vakkundig in elkaar zat. De film was weliswaar inhoudsloos, maar wel degelijk goed gemaakt vanuit technisch en cinematografisch oogpunt.
Die combinatie, een film zonder ideeën maar met stijl, was voor Bradbury typerend voor wat er mis was met populaire media. Zijn kritiek weerspiegelt precies de zorgen die hij al decennia eerder in Fahrenheit 451 beschreef: een cultuur die vorm boven inhoud verkiest en spektakel boven betekenis.
