Honderd dagen na het uitbreken van het conflict tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran is er nog altijd geen einde in zicht. Wat door voormalig president Donald Trump ooit werd omschreven als een snelle militaire operatie, is uitgegroeid tot een slepende en onvoorspelbare strijd met een groeiend aantal burgerslachtoffers.
Een staakt-het-vuren dat op 8 april werd aangekondigd onder bemiddeling van Pakistan, heeft nauwelijks effect gehad op het geweld. Gevechten gaan door op meerdere fronten, vredesgesprekken staan op het punt van instorten en de Straat van Hormuz blijft grotendeels gesloten voor scheepvaart, met grote gevolgen voor de internationale handel.
Israël heeft het conflict inmiddels uitgebreid naar Libanon, waar de humanitaire situatie bijzonder ernstig is. Meer dan een miljoen mensen zijn er ontheemd geraakt als gevolg van Israëlische militaire operaties in het zuiden van het land, waarbij hele dorpen met de grond gelijk zijn gemaakt. In Libanon zijn tot dusver zeker 3.593 mensen om het leven gekomen door Israëlische aanvallen. In Iran zelf zijn bij gezamenlijke Amerikaanse en Israëlische operaties minstens 3.468 mensen gedood.
Ook in de bredere regio eist het conflict zijn tol. In Golfstaten kwamen ongeveer 29 mensen om het leven, terwijl Iraanse aanvallen aan Israëlische zijde 26 slachtoffers maakten en 13 Amerikaanse militairen het leven kostten.
De oorlog laat diepe sporen na in het dagelijks leven van gewone burgers. Verwoeste stadswijken, overvolle begrafenissen, door raketten getroffen luchthavens en verstopte vluchtroutes tekenen het beeld van een regio in crisis. Tegelijkertijd worden in verschillende landen grootschalige steunbetogingen georganiseerd.
Het conflict begon met hoge verwachtingen over een korte en doelgerichte campagne, maar heeft zich ontwikkeld tot een regionale oorlog zonder duidelijke uitkomst. Diplomatieke inspanningen lijken vooralsnog onvoldoende om het tij te keren, terwijl het menselijk leed aan alle kanten blijft toenemen.
