Engeland begon het WK met een overtuigende 4-2 zege op Kroatië, een wedstrijd die duidelijk liet zien hoe anders het team speelt onder de nieuwe bondscoach Thomas Tuchel vergeleken met zijn voorganger Gareth Southgate.
Southgate bracht Engeland ver in grote toernooien. Onder zijn leiding bereikte het team tweemaal de finale van het Europees Kampioenschap, in 2021 en 2024. Toch was er bij veel fans kritiek op de speelstijl: te voorzichtig, te weinig aanvallend vuur. Met Tuchel aan het roer lijkt daar verandering in te komen.
Een van de meest opvallende verschillen is de manier waarop de twee coaches hun selectie samenstellen. Southgate koos doorgaans voor de beste individuele spelers en bouwde daar vervolgens een systeem omheen. Dat leidde soms tot situaties waarbij sterren als Phil Foden, Cole Palmer en Trent Alexander-Arnold tegelijk in de basis stonden, maar niet altijd in hun beste positie speelden.
Tuchel werkt precies andersom. Hij bepaalt eerst welk systeem hij wil spelen en welke rollen daarin nodig zijn, en zoekt daarna de spelers die die rollen het beste kunnen invullen. Grote namen bieden geen garantie op een basisplaats. Foden, Palmer én Alexander-Arnold ontbreken allemaal in zijn WK-selectie.
In hun plaats is er ruimte voor spelers die beter passen binnen Tuchels tactische plan. Zo werd Morgan Rogers verkozen boven Foden en Palmer voor de positie van aanvallende middenvelder, omdat zijn speelstijl beter aansluit bij wat Tuchel van die rol vraagt.
Dit verschil in aanpak heeft ook gevolgen voor hoe de ploeg functioneert tijdens wedstrijden. Onder Southgate hadden individuele spelers meer vrijheid om zelf problemen op te lossen en in te spelen op wat er in de wedstrijd gebeurde. Dat leverde memorabele momenten op, zoals Jude Bellinghams spectaculaire omhaal tegen Slowakije of Cole Palmers afstandsschot tegen Spanje.
Bij Tuchel is de structuur strakker. Elke speler weet precies wat zijn taak is. De openingstreffer van Bellingham tegen Kroatië was weliswaar individueel knap, maar vloeide voort uit een aanvalspatroon dat het team onder Tuchel heeft ingeoefend. Dat patroon werkt in principe ook met andere spelers in dezelfde rol, wat de ploeg minder afhankelijk maakt van één individu.
Beide benaderingen hebben hun voor- en nadelen. Een spelersgerichte aanpak benut de kwaliteiten van topspelers maximaal, maar kan leiden tot onduidelijkheid over rollen en wisselende prestaties. Een systeemgerichte aanpak biedt meer stabiliteit en voorspelbaarheid, maar riskeert dat creatief talent wordt beknot.
Vooralsnog lijkt Tuchels methode vruchten af te werpen. Engeland begon het toernooi sterk en speelt aanvallender dan in recente jaren. Of dit voldoende is om de wereldtitel te veroveren, moet de komende weken blijken.