Home Voor Pagina Gaat de crisis van San Nicolas over ras? Ras, macht en het...

Gaat de crisis van San Nicolas over ras? Ras, macht en het mentale model van San Nicolas

0

Door: Suzette Dumfries

Bij veel mensen in San Nicolas leeft een diep gevoel dat zij achtergesteld worden omdat zij zwart zijn.

Dit bleek uit drie jaar etnografisch veldwerk, gericht op het begrijpen van de historische ervaringen, sociale verhoudingen, culturele identiteit en mentale modellen die het denken over vooruitgang, eigenaarschap en ontwikkeling in San Nicolas hebben gevormd.

Generaties lang heeft San Nicolas ervaren dat economische ontwikkeling, politieke aandacht, toeristische investeringen en nationale prioriteiten zich vaker concentreerden buiten hun gemeenschap. Dat creëerde op termijn een collectief bewustzijn waarin uitsluiting niet langer wordt gezien als een incident, maar als structurele realiteit.

En precies hier moet Aruba een moeilijker en eerlijker gesprek durven voeren: gaat de crisis van San Nicolas daadwerkelijk over ras? Of gaat zij over iets diepers: een mentaal model dat historisch is ontstaan uit de combinatie van migratie, arbeid, macht, identiteit en afhankelijkheid?

San Nicolas werd anders opgebouwd dan de rest van Aruba. Rond de Lago-raffinaderij, opgericht in 1924 door Standard Oil en operationeel als raffinaderij vanaf 1929, ontstond een gemeenschap van arbeiders uit Trinidad, Barbados, Grenada, Sint Lucia, Sint Vincent, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten en andere Caribische eilanden. Zij brachten Engels, calypso, steelpan, protestantse tradities, arbeidersdiscipline, een uitgesproken Afro-Caribische identiteit en nog veel meer mee.

Maar hier begint al de eerste blinde vlek.

Want Lago bouwde niet één gemeenschap. Het bouwde er twee. De Caribische arbeiders leefden in wijken als Essoville en Lagoville. De Amerikaanse en Europese managers woonden in de Lago Colony: een aparte, afgeschermde enclave met een eigen ziekenhuis, scholen, club en sportfaciliteiten.

Dezelfde raffinaderij, twee werelden.

Dat was geen toeval.

Dat was beleid.

En die raciale hiërarchie, ingebakken in de fysieke structuur van de stad zelf, is onlosmakelijk verbonden met het gevoel van uitsluiting dat San Nicolas vandaag nog steeds met zich meedraagt.

Lago was niet zomaar een werkgever. Het was het organiserend principe van San Nicolas. Het bepaalde niet alleen hoe mensen werkten, maar ook hoe zij leefden, zich ontwikkelden en vooruitgingen, zij het op ongelijke voorwaarden, afhankelijk van waar je vandaan kwam en hoe je eruitzag.

Toen Lago op 31 maart 1985 de deuren sloot, verdween daarom niet alleen economische activiteit. Het psychologische fundament van de gemeenschap verdween mee. En het werd daarna nooit vervangen. Niet door Coastal Corporation, die de raffinaderij tijdelijk heropende van 1991 tot 1995. Niet door Valero, dat het van 2004 tot 2009 probeerde. Elke heropening wekte hoop. Elke sluiting bevestigde opnieuw: San Nicolas telt niet genoeg om op te bouwen.

Wanneer een gemeenschap generaties lang functioneert binnen een systeem waarin richting, stabiliteit en vooruitgang van buitenaf worden georganiseerd, en dat vervolgens keer op keer ziet instorten, ontstaat een collectieve psychologie van afhankelijkheid, wantrouwen en overleven. Dat zie je vandaag terug in gevoelens van uitsluiting, cynisme tegenover ontwikkeling en tegelijkertijd een enorme culturele trots.

En hier moeten we eerlijk zijn.

Als zwart zijn op zichzelf de verklaring zou zijn, waarom zien we dan niet hetzelfde patroon bij alle zwarte gemeenschappen op Aruba? Wat blijkt, is dat Surinamers, Haïtianen en Jamaicanen vaak andere mentale modellen ontwikkelden, gevormd door andere historische ervaringen. De kern van het probleem is dus niet zwartheid, maar de specifieke historische positie van de Afro-Brits-Caribische gemeenschap van San Nicolas: fundamenteel voor de opbouw van Aruba, maar nooit volledig gecentreerd binnen Aruba’s nationale verhaal. En actief gescheiden gehouden van de macht binnen het systeem dat haar wereld definieerde.

Dat is waarom revitalisatie zo vaak teleurstelt. Want Aruba behandelt San Nicolas alsof het probleem fysiek is: gebouwen, wegen, verlichting, muurschilderingen. Terwijl de diepste crisis psychologisch en structureel is.

San Nicolas heeft niet alleen economische achterstand ontwikkeld. Het heeft een mentaal model ontwikkeld waarin vooruitgang altijd van buitenaf georganiseerd werd. Eerst door Lago, daarna door de overheid, daarna door losse projecten zonder een structureel organiserend principe.

Een gemeenschap die haar vooruitgang altijd extern georganiseerd heeft zien worden, ontwikkelt moeilijk een diep gevoel van collectief eigenaarschap over haar eigen toekomst.

En precies daar moet de echte revitalisatie beginnen.

Niet alleen met investeringen, maar met het opnieuw leren organiseren van vooruitgang van binnenuit. Door niet langer alleen een wijk te zijn die vraagt om ontwikkeling, maar een gemeenschap die ontwikkeling organiseert.

Dat begint met een gedeelde agenda: één duidelijke visie voor San Nicolas als culturele, historische en economische stad. Die visie moet worden omgezet in structuren: een lokaal ontwikkelingsplatform, een investeringsfonds, een ondernemersprogramma, een erfgoed- en cultuurstrategie en een systeem waarin jongeren, kunstenaars, eigenaren, kerken, scholen en ondernemers samen verantwoordelijkheid dragen.

San Nicolas moet haar cultuur niet alleen tonen, maar economisch organiseren. Haar gebouwen niet alleen renoveren, maar strategisch inzetten. Haar jongeren niet alleen motiveren, maar opleiden voor nieuwe culturele en toeristische beroepen.

Want steden veranderen niet wanneer er alleen geld binnenkomt. Steden veranderen wanneer mensen opnieuw gaan geloven dat zij mede-eigenaar zijn van hun toekomst.

Misschien is dat uiteindelijk de grootste uitdaging voor San Nicolas.

Niet het herstellen van gebouwen.

Maar het herstellen van het geloof dat de gemeenschap zélf het organiserend principe van haar toekomst kan zijn.

Previous articleFOX Sports publiceert ranglijst van alle 48 deelnemers aan het WK voetbal 2026
Next articleBuren gooien stenen naar elkaar
Suzette Dumfries is Nation Builder en strategisch adviseur op het snijvlak van institutionele ontwikkeling, economische weerbaarheid en maatschappelijke veerkracht. Zij adviseert overheden en publieke instellingen over het ontwerp en de versterking van instituties die autonomie, legitimiteit en langetermijnontwikkeling kunnen dragen. Voorts is zij nauw betrokken bij de vraag hoe natie-opbouw binnen het Koninkrijk der Nederlanden vorm kan krijgen voorbij constitutionele status en symboliek. Suzette Dumfries werkt ook aan programma’s en analyses die maatschappelijke, economische en culturele infrastructuren met elkaar verbinden.

NO COMMENTS

Mobiele versie afsluiten