Hollywood heeft de coronapandemie nog altijd niet volledig verwerkt. Tussen 2020 en 2021 worstelde de filmindustrie met een fundamentele vraag: wat betekent een bioscooprelease nog voor het publiek? Veel veelbelovende films werden maandenlang uitgesteld, op streamingdiensten gedumpt of in vrijwel lege zalen uitgebracht. Het resultaat was een reeks kwalitatief sterke films die commercieel volledig mislukten.
De redenen voor die mislukkingen waren uiteenlopend. Sommige studio’s wachtten geduldig op het juiste moment om een film uit te brengen, maar werden telkens opnieuw verrast door nieuwe coronavarianten of een publiek dat zijn kijkgewoonten had aangepast. Andere films werden juist koppig in de bioscoop gebracht, ondanks alle signalen dat het moment er niet rijp voor was.
Een opvallend voorbeeld is de nieuwe verfilming van West Side Story uit 2021, geregisseerd door Steven Spielberg. De filmmaker, bekend om zijn veelzijdigheid, waagde zich eindelijk aan het genre van de filmmusical en leverde naar veler mening zijn beste werk in jaren af. De film lanceerde de carrière van Rachel Zegler en bezorgde Ariana DeBose een Oscar. Toch liep het financieel volledig mis. West Side Story had een productiebudget van zo’n honderd miljoen dollar, maar haalde wereldwijd slechts 76 miljoen dollar op. Naar verluidt lag het break-evenpunt meer dan tweehonderd miljoen dollar hoger. Het probleem was niet de kwaliteit, maar het publiek. Jongeren trokken massaal naar blockbusters als Dune en Spider-Man: No Way Home. De oudere doelgroep, die traditioneel warm loopt voor musicals, was minder bereid om het risico te nemen om naar de bioscoop te gaan.
Nog voor West Side Story had een vergelijkbaar lot de musical In the Heights getroffen. De verfilming van Lin-Manuel Miranda’s Broadway-hit, geregisseerd door Jon M. Chu, werd gepresenteerd als het grote feest van de eerste post-coronazomer. De muziek gold als uitzonderlijk sterk, het verhaal sloot naadloos aan bij het politieke klimaat en de visuele stijl was even levendig op het witte doek als in de marketingcampagne. Bovendien leek de timing gunstig: vaccins waren inmiddels beschikbaar en mensen begonnen voorzichtig terug te keren naar de bioscoop. Toch bleef het grote publiek weg.
Deze twee films zijn slechts voorbeelden uit een langere lijst van vergeten pareltjes uit de pandemieperiode. Ze delen een pijnlijke gemeenschappelijkheid: het waren geen slechte films, maar films die op het verkeerde moment, onder de verkeerde omstandigheden, bij het verkeerde publiek terechtkwamen. De pandemie veranderde niet alleen hoe mensen films keken, maar ook welke films ze bereid waren voor te betalen. Die verschuiving heeft blijvende sporen nagelaten in Hollywood, en de rekening wordt nog altijd gepresenteerd.
