Het Amerikaanse Hooggerechtshof bevindt zich in de drukste periode van het jaar. De negen rechters werken op volle kracht om de resterende uitspraken af te ronden voordat het zittingsjaar ten einde loopt, naar verwachting eind juni of begin juli. Van de 58 behandelde zaken moeten er nog 23 worden beslist.
Twee grote zaken zijn al afgerond. In de eerste zaak werd de historische Kieswet uit 1965 verder uitgehold, wat Republikeinen in verschillende zuidelijke staten ertoe aanzette om kiesdistricten opnieuw in te tekenen, waardoor de vertegenwoordiging van Afro-Amerikaanse kiezers werd verminderd. In de tweede zaak floot het Hof president Trump terug over zijn uitgebreide tariefprogramma. Volgens de rechters had het Congres hiervoor geen toestemming gegeven en had Trump zijn bevoegdheden overschreden.
De meest gevoelige en politiek beladen zaken moeten echter nog komen. Een van de meest besproken zaken gaat over het geboorterecht op Amerikaans staatsburgerschap. Trump ondertekende op zijn eerste dag van zijn tweede ambtstermijn een uitvoeringsbesluit waarmee hij het automatische staatsburgerschap wilde afschaffen voor kinderen geboren op Amerikaanse bodem, als hun ouders het land illegaal zijn binnengekomen of er tijdelijk legaal verblijven.
Dit besluit is nooit in werking getreden, omdat elke lagere rechter die de zaak bekeek het ongrondwettelijk verklaarde. Het veertiende amendement van de Amerikaanse grondwet, aangenomen na de Burgeroorlog, stelt namelijk duidelijk dat alle personen die op Amerikaanse bodem zijn geboren en onder de rechtsmacht van de Verenigde Staten vallen, automatisch staatsburger zijn.
Nagenoeg alle grondwetsgeleerden interpreteren deze bepaling ruim: zij zijn van mening dat dit van toepassing is op alle kinderen die in de VS worden geboren, ongeacht de verblijfsstatus van de ouders. Trump stelt echter dat het amendement uitsluitend bedoeld was voor de kinderen van voormalige slaven en niet geldt voor kinderen van mensen die illegaal of tijdelijk legaal in het land verblijven. Uit eerdere zittingen bleek dat een meerderheid van de rechters geneigd lijkt Trump op dit punt in het ongelijk te stellen.
Naast de staatsburgerschap-kwestie staat ook een zaak over transgender-verboden in de sport op de agenda. Verdere details over deze en andere openstaande zaken worden verwacht wanneer het Hof op donderdag 11 juni nieuwe uitspraken publiceert.
De komende weken zullen dus bepalend zijn voor een reeks fundamentele rechtsvragen die niet alleen de Verenigde Staten, maar ook de internationale gemeenschap nauwlettend volgt.