De Arubaanse advocaat R.E. Yarzagaray heeft stevige constitutionele vraagtekens geplaatst bij de voorgestelde Rijkswet houdbare overheidsfinanciën Aruba (HOFA). In een juridische analyse stelt hij dat het systeem van financieel toezicht binnen het Koninkrijk dreigt uit te groeien tot een structurele beperking van de autonome begrotingsbevoegdheid van Aruba, zonder dat daar een onafhankelijke rechterlijke controle tegenover staat.
Volgens Yarzagaray draait de discussie rond HOFA niet uitsluitend om financiën of begrotingsdiscipline, maar fundamenteel om staatsrechtelijke verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Hij benadrukt dat het budgetrecht traditioneel behoort tot de kern van de autonome bevoegdheden van Aruba en dat dit recht rechtstreeks verbonden is aan democratische zelfbeschikking.
Kritiek op structureel toezicht
In zijn analyse stelt Yarzagaray dat het Statuut voor het Koninkrijk slechts voorziet in ingrijpen door het Koninkrijk in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld via een algemene maatregel van rijksbestuur. Volgens hem is die bevoegdheid bedoeld als “ultimum remedium” en niet als permanent bestuurlijk instrument.
De advocaat voert aan dat HOFA een nieuw systeem creëert waarbij toezicht, signalering, overleg en mogelijke aanwijzingen vanuit het Koninkrijk structureel worden ingebouwd. Daarmee zou volgens hem feitelijk een permanent kader ontstaan waarin Aruba’s begrotingsbeleid onder externe controle komt te staan.
Hoewel het Arubaanse parlement formeel het budgetrecht behoudt, stelt Yarzagaray dat de praktische beleidsruimte wordt ingeperkt zodra begrotingen moeten voldoen aan extern opgelegde normen en kunnen worden onderworpen aan aanwijzingen vanuit de Rijksministerraad.
Naam van advocaat centraal in constitutionele discussie
Met zijn openbare juridische positionering profileert R.E. Yarzagaray zich nadrukkelijk als een van de juridische stemmen binnen het lopende debat over de toekomstige verhouding tussen Aruba en het Koninkrijk op financieel gebied.
In het document verwijst hij tevens naar staatsrechtgeleerde Douwe Jan Elzinga, die eerder stelde dat bevoegdheden niet kunnen worden overgedragen wanneer die bevoegdheden tot de constitutionele kern van autonomie behoren. Volgens Yarzagaray raakt het debat daarom aan de vraag of er nog sprake is van toezicht, of feitelijk van een verschuiving van bevoegdheden buiten Aruba.
Geschillenregeling onder vuur
Een belangrijk onderdeel van de kritiek van Yarzagaray richt zich op de Koninkrijksgeschillenregeling. Volgens hem ontbreekt binnen het huidige systeem een onafhankelijke en bindende rechter die geschillen tussen Aruba en het Koninkrijk definitief kan beslechten. Hij stelt dat de uiteindelijke beslissing bij de Rijksministerraad blijft liggen, ook nadat advies is uitgebracht door de Raad van State.
Daardoor zou volgens hem onvoldoende sprake zijn van een volwaardige tegenmacht binnen het systeem. “Politieke besluitvorming kan niet gelden als functioneel equivalent van onafhankelijke rechtspraak,” schrijft Yarzagaray in zijn analyse.
Constitutioneel risico
De advocaat concludeert dat een systeem waarbij dezelfde instantie zowel kan ingrijpen als uiteindelijk beslist over de rechtmatigheid van dat ingrijpen, spanning oplevert met fundamentele rechtsstatelijke beginselen.
Volgens Yarzagaray staat daarom “meer op het spel dan financiële stabiliteit alleen”. De kernvraag is volgens hem of het constitutionele evenwicht tussen autonomie en waarborg binnen het Koninkrijk behouden blijft. Zijn slotconclusie is scherp geformuleerd: “Toezicht zonder rechter is geen evenwicht, maar een risico.”
De analyse van R.E. Yarzagaray werd gedateerd op 20 april 2026 in Oranjestad en gepubliceerd onder zijn naam als advocaat van Yarzagaray Law & Tax.