ORANJESTAD — De Algemene Rekenkamer heeft op 13 maart 2026 het rapport over de Jaarrekening 2020 van het Land Aruba gepubliceerd. Daarin concludeert het controleorgaan dat de begrotingsuitvoering over dat uitzonderlijke coronajaar weliswaar efficiënter werd ingericht, maar dat dit ten koste is gegaan van de transparantie en de informatiewaarde van de landsbegroting.
De Rekenkamer onderzocht of de begroting in 2020 rechtmatig is uitgevoerd en analyseerde ook de financiële gevolgen van de Covid-19-pandemie. Volgens het instituut is tijdige en volledige verantwoording via de jaarrekening een basisvoorwaarde voor transparantie, duurzame overheidsfinanciën en behoorlijk bestuur. Het noemt het daarom zorgelijk dat pas ruim vijf jaar later verantwoording wordt afgelegd over het dienstjaar 2020.
De pandemie drukte zwaar op de overheidsfinanciën. In 2020 keerde het Land Aruba in totaal 341,5 miljoen florin aan noodsteun uit. Daarvan ging 275,5 miljoen florin naar loonsubsidie, 42,8 miljoen florin naar FASE-noodhulp en 22,9 miljoen florin naar de MKB-regeling. Daarnaast werd 99,7 miljoen florin als landsbijdrage aan de AZV betaald.
Door hogere uitgaven en tegelijkertijd lagere inkomsten kwam het exploitatietekort uit op ongeveer 739,6 miljoen florin. Dat betekent volgens de Rekenkamer een stijging van 735,2 miljoen florin ten opzichte van 2019. Aruba ontving in dat jaar ook financiële steun van Nederland in de vorm van leningen, waaraan strikte voorwaarden waren verbonden.
Volgens het rapport zijn in 2020 wijzigingen aangebracht in het model van de landsbegroting. Daardoor nam het aantal begrotingsoverschrijdingen sterk af, van 90 in 2019 naar 9 in 2020. De Rekenkamer stelt echter dat deze aanpassingen hebben geleid tot minder transparantie. Door het ontbreken van een duidelijke koppeling tussen beleid en begrotingscijfers wordt het budgetrecht van de Staten beperkt en krijgen ministers meer ruimte om middelen binnen hun ministerie te verschuiven zonder voorafgaande goedkeuring van het parlement.
Bij de begrotingsuitvoering zijn daarnaast overschrijdingen in de kosten vastgesteld die volgens de Rekenkamer leiden tot onrechtmatigheden ter waarde van 12 miljoen florin. Ook ontbrak bij de uitkering van 42,8 miljoen florin aan FASE-noodhulp een wettelijke grondslag. Verder werden onrechtmatigheden geconstateerd bij enkele afgesloten leningen, omdat de minister van Financiën daarvoor geen voorafgaande machtiging van de Staten had voor leningen met een looptijd van langer dan vijf jaar, zoals vereist in de Comptabiliteitsverordening 1989.
De centrale financiële administratie over 2020 werd bovendien niet tijdig afgesloten. Volgens de Rekenkamer leidt die structurele vertraging ertoe dat boekingen achteraf in eerdere dienstjaren worden verwerkt op basis van voortschrijdend inzicht, wat de betrouwbaarheid en consistentie van de verantwoording aantast. Hoewel stappen zijn gezet in het jaarrekeningproces, voldoet de Jaarrekening 2020 nog niet volledig aan de wettelijke vereisten.
De Rekenkamer roept op tot structurele verbetering van het financieel beheer. Het inlopen van achterstanden mag volgens het rapport niet ten koste gaan van kwaliteit, transparantie en naleving van wet- en regelgeving. Met het oog op de voorgenomen introductie van een controleerbare jaarrekening over het dienstjaar 2026 acht de Rekenkamer het van wezenlijk belang dat tijdig corrigerende maatregelen worden genomen om het vertrouwen in de openbare financiën te herstellen.
Het volledige rapport, inclusief conclusies, aanbevelingen, de reactie van de minister van Financiën en het nawoord van de Algemene Rekenkamer, is gepubliceerd op www.rekenkamer.aw. De Rekenkamer werkt momenteel ook aan onderzoeken naar de jaarrekeningen 2021 tot en met 2024. Die resultaten worden eveneens dit jaar verwacht.




