ORANJESTAD — Het rapport van de Algemene Rekenkamer Aruba (ARA) over het begrotingsjaar 2020 is volgens MEP-parlementariër Edgard Vrolijk een belangrijk document voor de beoordeling van het overheidsoptreden tijdens de coronapandemie. Tegelijkertijd benadrukt hij dat de bevindingen over rechtmatigheid en procedures moeten worden geplaatst in de context van een ongekende crisis.
In een analyse stelt Vrolijk dat 2020 voor Aruba geen normaal jaar was. Door de wereldwijde pandemie kwam de economie abrupt tot stilstand en raakten veel gezinnen afhankelijk van overheidssteun. Volgens hem had de regering in die omstandigheden niet de ruimte om uitsluitend het reguliere administratieve traject te volgen.
Vrolijk wijst erop dat de ARA zich in haar rapport vooral richt op de formele rechtmatigheid van het handelen van de overheid. Daarbij worden onder meer vragen gesteld over procedures en voorafgaande controle bij steunmaatregelen zoals FASE en de loonsubsidie. De parlementariër noemt die kritische kanttekeningen waardevol voor de versterking van de instituties, maar vindt dat ook de praktische werkelijkheid moet meewegen.
Volgens hem zou een strikte toepassing van normale administratieve regels in 2020 hebben kunnen leiden tot ernstige sociale gevolgen, waaronder toenemende armoede en maatschappelijke onrust. De invoering van FASE en de loonsubsidie was volgens Vrolijk daarom in de kern een noodzakelijke noodmaatregel om Aruba sociaal en economisch overeind te houden.
Hij brengt verder naar voren dat, hoewel de formele wettelijke basis destijds nog in ontwikkeling was, het parlement en het College Aruba financieel toezicht (CAft) wel degelijk betrokken waren bij de controle en evaluatie van de ingezette middelen. Dat toont volgens hem aan dat ook in crisistijd is gezocht naar een evenwicht tussen snelheid van handelen en institutioneel toezicht.
Zes jaar na de pandemie is Aruba volgens Vrolijk beter voorbereid op noodsituaties. Hij stelt dat inmiddels de wetgeving en procedures beschikbaar zijn die in 2020 nog ontbraken. In zijn visie moet het ARA-rapport daarom vooral worden gezien als een bron van lessen voor de toekomst, zonder de omstandigheden van toen uit het oog te verliezen.
De belangrijkste les is volgens de MEP-politicus dat in tijden van calamiteit geen kostbare tijd verloren mag gaan met het alsnog opzetten van een juridische basis voor steunmaatregelen. Die instrumenten moeten volgens hem vooraf geregeld zijn. Aruba beschikt nu, zo stelt hij, over een systeem dat zowel flexibel kan reageren in noodsituaties als stevig verankerd is in administratieve controle en integriteit.
Vrolijk concludeert dat het beleid van 2020 niet uitsluitend op administratieve gronden beoordeeld mag worden. Volgens hem moeten ook de maatschappelijke impact en de intentie om de bevolking te beschermen onderdeel zijn van een eerlijke evaluatie van het crisisbeleid.




