WILLEMSTAD/SINT MAARTEN — De Kustwacht Caribisch Gebied en de kustwacht van Saint-Martin mogen voortaan schepen die worden verdacht van drugssmokkel achterna zitten in elkaars territoriale wateren. Daarvoor hebben het Koninkrijk der Nederlanden en Frankrijk woensdag een uitvoeringsverdrag ondertekend.
Volgens de Kustwacht geeft het verdrag uitvoering aan het Verdrag van San José, dat is gericht op versterking van de samenwerking in het Caribisch gebied bij de bestrijding van illegale handel in verdovende middelen. Met de nieuwe afspraken moeten operationele beperkingen en onduidelijkheden bij maritieme drugsbestrijdingsoperaties rond Sint Maarten en Saint-Martin worden weggenomen.
Het eiland geldt volgens de Kustwacht als een doorvoerroute voor drugs vanuit Zuid-Amerika naar Noord-Amerika en Europa. Daarom is intensievere en transparantere samenwerking tussen de betrokken diensten noodzakelijk.
In het uitvoeringsverdrag zijn de voorwaarden vastgelegd waaronder de Kustwacht Caribisch Gebied in de territoriale zee van Sint Maarten en Saint-Martin een achtervolging mag voortzetten. Daarbij blijft het gebruik van geweld uitgesloten. Ook bevat het verdrag technische en operationele bepalingen voor de uitvoering van deze activiteiten.
Het verdrag werd namens het Koninkrijk ondertekend door minister-president Luc Mercelina van Sint Maarten. Namens Frankrijk zette minister voor Overzeese Gebiedsdelen Naïma Moutchou haar handtekening. Volgens de Kustwacht is het akkoord een belangrijke stap in de gezamenlijke aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit in de regio.




