ORANJESTAD — Parlementariër Evelyn Wever-Croes heeft in een persoonlijke verklaring kritiek geuit op de benoeming van een zogenoemde ‘vakminister’ in het nieuwe AVP/Futuro-kabinet. Volgens haar is het belangrijk om helder te hebben wanneer een politieke leider voor zo’n constructie kiest.
Wever-Croes stelt dat een vakminister volgens haar in beeld komt wanneer een partij op haar kandidatenlijst geen actieve politicus heeft die voldoende is voorbereid of over de nodige kennis en ervaring beschikt om een ministerie te leiden. Een andere mogelijkheid is volgens haar dat een partijleider bewust kiest voor een vertrouwenspersoon van buiten de actieve politiek, die wel inhoudelijke kennis en bestuurlijke ervaring heeft op het specifieke beleidsterrein.
In haar verklaring verwijst zij naar eerdere voorbeelden waarbij ministersposten als Financiën, Economische Zaken en Justitie door vakministers werden ingevuld. Met betrekking tot de huidige situatie plaatst zij kanttekeningen bij de benoeming van René ‘Baba’ Herde. Volgens Wever-Croes beschikt Herde mogelijk over veel ervaring binnen het onderwijs, maar niet op het terrein van infrastructuur, energie of communicatie.
Zij voert aan dat de nieuwe minister die kennis dan in de praktijk zal moeten opdoen, net zoals volgens haar ook bij minister Wendrick Cecilia het geval was. Daarom zegt zij zich niet te kunnen vinden in de stelling van parlementariërs van Futuro en AVP dat Herde de enige geschikte en ervaren kandidaat zou zijn voor deze functie.
Wever-Croes uit daarnaast kritiek op uitlatingen dat de benoeming een tijdelijke regeling zou zijn in afwachting van Mike de Meza. Volgens haar roept dat vragen op over de bedoeling van deze constructie. Zij vraagt zich af waarop precies wordt gewacht en of daarmee niet opnieuw een politieke ontwikkeling wordt afgedwongen die tot verdere complicaties kan leiden.
Ook de suggestie dat parlementariër Mike de Meza achter de schermen invloed zou uitoefenen op het ministerie, noemt zij problematisch. Volgens Wever-Croes is dat in strijd met het principe van de scheiding der machten. Een parlementariër behoort volgens haar de regering te controleren en kan niet tegelijkertijd indirect het beleid aansturen.
Tot slot noemt Wever-Croes de benoeming van Herde een teleurstelling voor actieve politici op de kandidatenlijst van de partij, in het bijzonder voor jonge partijleden die volgens haar hard campagne hebben gevoerd onder de belofte van verjonging binnen de partij. Zij spreekt in dat verband van een nieuwe ontwikkeling binnen de Arubaanse politiek.
Wever-Croes benadrukt dat het om haar persoonlijke opinie gaat.
