ORANJESTAD — MEP-parlementariër Endy Croes heeft Nederland opgeroepen om bij de behandeling van Aruba rekening te houden met de solidariteit die de voormalige Nederlandse Antillen in 1953 toonden na de Watersnoodramp in Nederland. Volgens Croes zamelden de eilanden destijds zonder politieke voorwaarden drie miljoen gulden in voor hulp aan de slachtoffers.
Croes deed zijn uitspraken onlangs tijdens een ontmoeting met CAft, waarbij hij Nederlanders opriep zijn boodschap over te brengen aan zowel de Rijksministerraad als de Tweede Kamer in Den Haag.
In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 werd Nederland getroffen door de Watersnoodramp, nadat dijken door een zware storm bezweken. Vooral Zuid-Holland en Noord-Brabant werden zwaar getroffen. Volgens Croes kwamen daarbij 1.836 Nederlanders om het leven en moesten ongeveer 72.000 mensen hun woning verlaten.
De parlementariër benadrukt dat Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de andere eilanden van het Koninkrijk destijds onmiddellijk reageerden. Daarbij verwijst hij naar artikel 36 van het Statuut, waarin is vastgelegd dat Nederland en de Caribische landen elkaar hulp en bijstand verlenen. Via archiefmateriaal op Delpher.nl is volgens Croes terug te vinden hoe groot de steun vanuit de eilanden was.
Hij citeert in dat verband uit een artikel van De Tijd van 2 juni 1969, waarin staat dat de Nederlandse Antillen achttien jaar eerder spontaan in actie kwamen na de ramp. Naast grote hoeveelheden reddingsmateriaal en kleding werd volgens dat artikel drie miljoen gulden ingezameld. Croes wijst erop dat deze hulp zonder voorwaarden werd geboden, zonder politieke eisen, zonder dreiging en zonder rente.
Tegenover die historische steun plaatst Croes de manier waarop Nederland volgens hem Aruba tijdens de coronacrisis heeft behandeld. Hij stelt dat Den Haag in 2020, toen hotels en de luchthaven gesloten waren en de toeristische inkomsten grotendeels wegvielen, politieke voorwaarden koppelde aan financiële steun. Vijf jaar later, aldus Croes, ondervindt Aruba daar nog altijd de gevolgen van.
De MEP-parlementariër zegt niet te pleiten voor kwijtschelding van de leningen, maar wel voor een eerlijke behandeling. Volgens hem zou Nederland moeten terugkijken op de geschiedenis en de onderlinge hulp binnen het Koninkrijk meewegen. De steun die in 1953 vanuit de Antillen aan Nederland werd gegeven, zou daarbij als voorbeeld moeten dienen.
