ORANJESTAD — De fractie van MEP uit stevige kritiek op de regering omdat volgens haar meer dan 350 parlementaire vragen onbeantwoord zijn gebleven. Het gaat om ruim 30 officiële verzoeken om informatie aan verschillende ministers, waarop tot nu toe geen formele reactie zou zijn ontvangen.
In een verklaring van 19 mei stelt de MEP-fractie dat deze gang van zaken neerkomt op een gebrek aan respect voor het parlement als instituut en voor de democratische rechtsorde. Volgens de partij zijn transparantie en toegang tot informatie noodzakelijk om parlementariërs hun controlerende taak goed te laten uitvoeren en de bevolking te informeren over besluiten van de regering.
MEP wijst erop dat tijdens de verkiezingscampagne door Futuro zou zijn beloofd dat ministers binnen maximaal twee weken antwoorden op vragen van parlementariërs. De fractie stelt dat die belofte in de huidige praktijk niet wordt nagekomen. Ook verwijst zij naar een eerder ingevoerd beleid onder kabinet-Wever-Croes II, waarbij beantwoording binnen drie weken het uitgangspunt zou zijn geweest. Volgens MEP wordt ook die termijn niet gehaald.
De oppositiepartij eist dat de regering haar constitutionele en wettelijke plicht nakomt om vragen van het parlement binnen een redelijke termijn te beantwoorden. Zonder tijdige informatievoorziening kunnen parlementariërs hun toezichthoudende rol volgens de fractie niet naar behoren vervullen.
De onbeantwoorde vragen hebben volgens MEP betrekking op onderwerpen die direct van belang zijn voor de bevolking. Genoemd worden onder meer de stijging van de prijs van huishoudgas, hogere bijdragen aan zes stichtingen, de situatie rond AAA en Schiphol, de gevolgen van de handelsoorlog, een nieuwe rijkswet, het woningtekort bij FCCA, aanpassing van de positieve lijst van AZV-medicijnen, het afschaffen van de arbeidsmarkttoets en de sluiting van de grens met Venezuela.
MEP roept de regering op alsnog verantwoordelijkheid te nemen en invulling te geven aan transparantie en samenwerking met het parlement, zoals volgens de fractie is vastgelegd in de Grondwet en in het regeerprogramma 2025-2028. De partij stelt dat de bevolking recht heeft op duidelijkheid en dat volksvertegenwoordigers recht hebben op de institutionele medewerking die nodig is om hun werk te doen.
