Zelfdoding is een complex menselijk gedrag dat wordt bestudeerd binnen meerdere disciplines, waaronder psychologie, psychiatrie, sociologie en volksgezondheid. Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt niet de vereenvoudigde voorstelling dat suïcide hoofdzakelijk zou voortkomen uit egoïsme, egocentrisme of zelfmedelijden. Dergelijke interpretaties zijn morele oordelen, geen empirisch onderbouwde verklaringen.
Zelfdoding als multifactorieel verschijnsel
Binnen de wetenschap van de suïcidiologie wordt zelfdoding benaderd als een gedrag met meerdere onderliggende risicofactoren, zoals psychische pijn, sociale ontwrichting, psychiatrische aandoeningen en ingrijpende levensgebeurtenissen. Het doel van dit vakgebied is te begrijpen waarom iemand tot suïcidale gedachten of handelingen komt, niet om morele etiketten toe te kennen.
Sociologische inzichten: Émile Durkheim
Een van de eerste systematische studies naar zelfdoding werd uitgevoerd door socioloog Émile Durkheim. In zijn klassieke werk Le Suicide (1897) onderscheidde hij verschillende vormen van zelfdoding op basis van sociale integratie en regulering:
- Egoïstische zelfdoding: ontstaat wanneer iemand zich langdurig niet verbonden voelt met familie, gemeenschap of maatschappelijke structuren. Dit verwijst naar isolement, niet naar egocentrisme.
- Anomische zelfdoding: komt voor in perioden van sociale of economische ontwrichting, waarin normen en houvast wegvallen.
- Altruïstische zelfdoding: treedt op wanneer de sociale integratie juist te sterk is en het individu zichzelf als ondergeschikt aan de groep beschouwt.
Deze indeling laat zien dat gevoelens van betekenisloosheid en gebrek aan verbondenheid centraal staan — niet zelfzucht.
Psychologische pijn als kernfactor
Psycholoog Edwin S. Shneidman introduceerde het begrip ‘psychache’: ondraaglijke psychische pijn. Volgens deze benadering is suïcide geen uiting van karakterzwakte of egoïsme, maar een poging om aan intense innerlijke pijn te ontsnappen wanneer iemand geen andere uitweg meer ziet.
Interpersoonlijke theorie van zelfdoding
Een invloedrijke hedendaagse theorie is de interpersoonlijke theorie van zelfdoding, die stelt dat suïcidale gedachten vooral ontstaan door een combinatie van:
- Gefrustreerde verbondenheid: het gevoel er niet bij te horen.
- Ervaren last voor anderen: de overtuiging dat men anderen tot last is.
- Verworven capaciteit: het overwinnen van angst voor pijn en dood.
Deze theorie benadrukt sociale vervreemding en negatieve zelfperceptie, niet egoïsme.
Emotionele complexiteit in afscheidsboodschappen
Onderzoek naar afscheidsbrieven en -berichten laat zien dat deze vaak een complexe mix van emoties bevatten, waaronder verdriet, spijt en liefde. Positieve gevoelens en zorg voor anderen blijven vaak aanwezig, wat het beeld van ‘zelfzucht’ verder ondermijnt.
Zelfkritiek in plaats van zelfgerichtheid
Sommige psychoanalytische studies beschrijven toestanden van extreme zelfkritiek en zelfafwijzing, waarbij iemand zichzelf als fundamenteel tekortschietend ervaart. Dit betreft een diep negatieve zelfbeleving, niet een egocentrische fixatie op zichzelf.
Morele oordelen versus wetenschappelijke benadering
Hoewel bepaalde morele of religieuze kaders zelfdoding als egoïstisch kunnen bestempelen, beschouwt de wetenschap suïcide primair als een uiting van ernstig lijden en ontregeling. Stigmatiserende taal vergroot juist het risico, omdat het mensen ervan kan weerhouden om hulp te zoeken.
![verkiezing 2024 [Recovered]](https://amigoearuba.com/wp-content/uploads/2026/02/zelfdooding.jpeg)