DEN HAAG / ORANJESTAD – 3 februari 2026
De veroordeling van een voormalig Arubaanse minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu (later: Ruimtelijke Ontwikkeling, Integratie en Infrastructuur) wegens onder meer medeplegen van oplichting van het Land Aruba, passieve ambtelijke omkoping, misbruik van functie en verduistering, kan volgens de advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden volledig in stand blijven.
Dat blijkt uit drie conclusies die advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens op 3 februari 2026 heeft genomen in samenhangende cassatiezaken (ECLI:NL:PHR:2026:144, 146 en 147). De zaken maken deel uit van het zogenoemde onderzoek Avestrus.
Oplichting via erfpachtconstructies
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie stelde vast dat namens vennootschappen die feitelijk werden aangestuurd door een aan de minister gelieerde medeverdachte, aanvragen voor (opties op) commerciële erfpachtrechten werden ingediend. Deze vennootschappen waren ten tijde van de aanvragen leeg en beschikten niet over middelen, ervaring of concrete plannen om de gronden daadwerkelijk te ontwikkelen.
De werkelijke bedoeling was om, zodra de optierechten waren verleend, de aandelen van deze vennootschappen met grote winst door te verkopen aan derde ontwikkelaars. De voormalige minister speelde hierin volgens het Hof een cruciale rol door:
- aanvragen vrijwel onmiddellijk goed te keuren,
- deze voorrang te geven boven andere aanvragen, ondanks grote achterstanden,
- en ambtelijke toetsing aan het geldende beleid te omzeilen door zelf “akkoord conform” te verlenen.
Volgens het Hof werd hierdoor aan het Land Aruba een valse voorstelling van zaken gegeven, waardoor het Land werd bewogen tot afgifte van optierechten en later erfpachtrechten.
Passieve omkoping en misbruik van functie
Naast de oplichting stelde het Hof vast dat de minister giften aannam van betrokkenen in een periode waarin hij beslissingen moest nemen over hun erfpachtverzoeken. Het ging onder meer om geldbedragen en door derden bekostigde werkzaamheden aan zijn privéwoning. Dit kwalificeert als passieve ambtelijke omkoping.
Ook achtte het Hof bewezen dat de minister zijn functie bewust misbruikte door bepaalde personen en bedrijven een voorkeursbehandeling te geven bij de uitgifte en wijziging van erfpacht- en optierechten.
Verduistering van campagnemiddelen
Daarnaast werd de voormalige minister veroordeeld voor verduistering, omdat hij geld van een door hem beheerde stichting, bestemd voor zijn verkiezingscampagne, gebruikte om een privéreis van zijn echtgenote te bekostigen.
Straf en cassatieberoep
Het Gemeenschappelijk Hof veroordeelde de oud-minister tot 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast werd hij voor de duur van zes jaar ontzet van:
- het recht om een ambt te bekleden, en
- het recht om te worden gekozen in algemeen vertegenwoordigende organen.
Twee medeverdachten kregen gevangenisstraffen van respectievelijk 30 maanden (waarvan 10 voorwaardelijk) en 24 maanden (waarvan 12 voorwaardelijk).
Alle drie de verdachten gingen in cassatie bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten falen volgens AG
De verdediging van de oud-minister voerde onder meer aan dat hij als vertegenwoordiger van het Land Aruba niet tegelijkertijd het Land zou kunnen hebben opgelicht, en dat bij de verduistering niet bewezen zou zijn dat hij de betreffende gelden daadwerkelijk “onder zich” had.
Advocaat-generaal Paridaens verwerpt deze klachten. In haar conclusies stelt zij dat:
- het Land Aruba als rechtspersoon kan worden opgelicht, ook wanneer ambtenaren bij de besluitvorming zijn betrokken;
- de minister niet kan worden vereenzelvigd met het Land, nu andere ambtelijke organen door zijn handelen zijn misleid;
- het Hof overtuigend heeft vastgesteld dat de cheque en de bijbehorende gelden onder zijn feitelijke beschikkingsmacht vielen;
- en dat de bewezenverklaring juridisch en feitelijk voldoende is gemotiveerd.
Ook de cassatieklachten van de medeverdachten acht de AG ongegrond.
Advies aan de Hoge Raad
De advocaat-generaal concludeert daarom tot verwerping van alle cassatieberoepen en adviseert de Hoge Raad om alle veroordelingen en opgelegde straffen in stand te laten.
De uitspraak van de Hoge Raad staat voorlopig gepland op 14 april 2026.
Een conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk juridisch advies aan de Hoge Raad. De Hoge Raad is niet verplicht dit advies te volgen.
![verkiezing 2024 [Recovered]](https://amigoearuba.com/wp-content/uploads/2026/02/AG-Otmar.jpeg)