J.R.R. Tolkien, de gevierde schrijver van ‘In een gat in de grond leefde een hobbit’ (1937) en de beroemde ‘In de Ban van de Ring’-reeks (begonnen in 1954), stond bekend om zijn buitengewoon rijke en gedetailleerde fantasiewereld. Midden-aarde had zijn eigen talen, geschiedenis en volksmuziek, allemaal zorgvuldig door Tolkien uitgedacht. Tot op de dag van vandaag worden er films en series gebaseerd op zijn werk gemaakt.
Ongeveer een decennium na Tolkiens grote doorbraak publiceerde de Amerikaanse auteur Frank Herbert zijn sciencefictionroman ‘Dune’. Net als Tolkiens werk stond ‘Dune’ bekend om zijn enorme complexiteit en uitgebreide wereldopbouw. Het verhaal speelt zich af in de verre toekomst en draait om de strijd tussen politieke machten om controle te krijgen over een zeldzame stof genaamd de Specerij, die slechts op één planeet in het universum te vinden is en onmisbaar is voor ruimtereizen. Herbert schreef uiteindelijk nog vijf vervolgdelen.
In literaire kringen werden de twee reeksen vaak met elkaar vergeleken. ‘Dune’ werd regelmatig omschreven als de sciencefictionversie van ‘In de Ban van de Ring’. Hoewel de toon en thematiek sterk verschilden, deelden beide werken een vergelijkbare mythologische diepgang.
Tolkien zelf was echter allesbehalve gecharmeerd van die vergelijking, zo blijkt uit een brief die hij in 1966 schreef aan zijn vriend en fan John Bush. Die brief werd later gepubliceerd als voetnoot in het boek ‘Tolkien’s Library: An Annotated Checklist’ en werd onlangs breed gedeeld via het Twitter/X-account @SecretsOfDune.
Uit de brief blijkt dat meerdere vrienden en tijdgenoten van Tolkien hem een exemplaar van ‘Dune’ hadden gestuurd, mogelijk omdat zij zelf de overeenkomsten tussen de twee werken herkenden. Tolkien probeerde aanvankelijk diplomatisch te zijn in zijn reactie en benadrukte dat zijn mening beslist niet voor het grote publiek bedoeld was. Desondanks liet hij zijn afkeer duidelijk blijken.
In de brief schreef Tolkien dat hij al eerder een exemplaar van ‘Dune’ had ontvangen van ene Sterling Lanier, en dat hij het boek dus al kende. Vervolgens liet hij weten dat het voor een schrijver die zelf nog actief is, moeilijk is om eerlijk te oordelen over het werk van een andere schrijver die op een vergelijkbaar terrein actief is. Toch maakte hij geen geheim van zijn negatieve oordeel over Herberts werk.
De onthulling is opmerkelijk, omdat Tolkien en Herbert in de literaire wereld vaak in één adem worden genoemd als grondleggers van respectievelijk de moderne fantasy en sciencefiction. Dat de één zo weinig waardering had voor het werk van de ander, geeft een verrassende inkijk in de persoonlijkheid van de anders zo zorgvuldig geconstrueerde Tolkien. Of Herbert ooit wist wat Tolkien van zijn werk vond, is niet bekend.
