Tien jaar na het historische vredesakkoord in Colombia kijkt oud-president Juan Manuel Santos terug op wat er is bereikt en wat er nog steeds misgaat. In een uitgebreid interview bespreekt de Nobelprijswinnaar voor de Vrede de gemengde erfenis van het vredesverdrag, de hernieuwde uitbarsting van geweld in het land en de politieke verdeeldheid die de uitvoering van het akkoord bemoeilijkt.
Santos, die als president de onderhandelingen met de FARC-guerrillabeweging leidde en in 2016 het akkoord sloot, erkent dat de weg naar duurzame vrede langer en hobbelig is gebleken dan velen hadden gehoopt. Hoewel het akkoord destijds wereldwijd werd geprezen als een doorbraak, kampt Colombia nog altijd met gewapende groepen, drugshandel en sociale ongelijkheid die de stabiliteit ondermijnen.
Volgens Santos ligt de kern van het probleem in de gebrekkige implementatie van het vredesverdrag. Afspraken over landhervormingen, de re-integratie van voormalige strijders en de aanpak van de cocateelt zijn slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Politieke weerstand, gebrek aan middelen en de complexiteit van de Colombiaanse samenleving maken volledige uitvoering tot een enorme uitdaging.
De oud-president wijst ook op de gevaren van politieke polarisatie. Zijn opvolger Iván Duque voerde een kritischer koers ten aanzien van het akkoord, wat de continuïteit van het vredesproces schaadde. Hoewel de huidige president Gustavo Petro het vredesproces opnieuw hoog op de agenda heeft gezet, blijft de situatie fragiel.
Ondanks de teleurstellingen benadrukt Santos dat het akkoord wel degelijk levens heeft gered. Het geweldsniveau in Colombia is aanzienlijk lager dan vóór 2016, en duizenden voormalige guerrillastrijders hebben een nieuw leven opgebouwd buiten het conflict. Dat is volgens hem een niet te onderschatten prestatie.
Daarnaast trekt Santos bredere lessen uit de Colombiaanse ervaring voor conflicten elders in de wereld. In een tijd waarin gewapende conflicten wereldwijd toenemen, stelt hij dat dialoog en diplomatie altijd de voorkeur verdienen boven militaire oplossingen. Vrede sluiten vereist moed, geduld en de bereidheid om compromissen te sluiten, ook als dat politiek pijnlijk is.
Santos roept internationale gemeenschappen op om vredesprocessen niet alleen te steunen in de onderhandelingsfase, maar ook structureel bij te dragen aan de langdurige opbouw van vrede. Zonder blijvende investering in economische ontwikkeling, rechtsstaat en verzoening blijft elk akkoord kwetsbaar.
Het Colombiaanse vredesproces blijft daarmee een voorbeeld van zowel de mogelijkheden als de grenzen van onderhandelde vrede. Tien jaar later is het verhaal nog lang niet af.
