Terwijl de internationale aandacht grotendeels gericht blijft op het gewapende conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo en de hernieuwde zorgen rondom een uitbraak van het ebolavirus, kiezen sommige leden van de Congolese diaspora er juist voor om terug te keren naar hun geboorteland en daar te investeren.
Een van hen is Jean Luc Luboya Tshishimbi, de directeur van Bio Happy Farms. Hij vertegenwoordigt een groeiende groep ondernemers die, ondanks de politieke en humanitaire uitdagingen waarmee Congo kampt, kansen ziet in het land. Volgens Luboya Tshishimbi weegt het potentieel van Congo zwaarder dan de risico’s die gepaard gaan met de instabiele situatie.
De DRC wordt momenteel geplaagd door meerdere crises tegelijkertijd. In het oosten van het land duurt het gewapend conflict voort, terwijl een ebola-uitbraak het gezondheidssysteem verder onder druk zet. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft recent de getroffen regio bezocht nadat het dodental door het virus verder opliep. Toch laten deze omstandigheden sommige Congolese ondernemers uit de diaspora niet afschrikken.
Integendeel: zij zien juist in de huidige situatie een moment om bij te dragen aan de wederopbouw en economische ontwikkeling van hun land van herkomst. De landbouwsector, waar Bio Happy Farms actief in is, wordt daarbij gezien als een veelbelovend domein. Congo beschikt over enorme vruchtbare gronden en natuurlijke hulpbronnen die grotendeels nog onbenut blijven.
De terugkeer van diaspora-ondernemers naar de DRC past in een bredere trend die op het Afrikaanse continent zichtbaar is. Steeds meer hoogopgeleide Afrikanen die jarenlang in Europa of Noord-Amerika hebben gewoond en gewerkt, besluiten hun opgedane kennis en kapitaal in te zetten voor de ontwikkeling van hun thuisland. Zij brengen niet alleen financiële middelen mee, maar ook internationale netwerken, managementervaring en een frisse blik op lokale uitdagingen.
Voor Congo is deze ontwikkeling van groot belang. Het land heeft dringend behoefte aan private investeringen om de economie te diversifiëren en minder afhankelijk te worden van de grondstoffenexport. De landbouw, de verwerkende industrie en de dienstensector bieden daarvoor volop mogelijkheden, aldus ondernemers als Luboya Tshishimbi.
Hoewel de uitdagingen aanzienlijk blijven, onder meer op het gebied van infrastructuur, rechtsstaat en veiligheid, laten deze terugkerende ondernemers zien dat investeren in Congo geen utopie hoeft te zijn. Hun verhalen vormen een tegenwicht tegen het overwegend negatieve beeld dat in internationale media van het land wordt geschetst en kunnen andere leden van de diaspora inspireren om soortgelijke stappen te zetten.
