Een strafzaak die het Openbaar Ministerie heeft aangespannen tegen een voormalig lid van de Kustwacht is maandag niet inhoudelijk behandeld. Op verzoek van de verdediging heeft de rechter de behandeling uitgesteld.
Volgens SoloDiPueblo stond de zaak tegen de 33-jarige verdachte E.J.F., voormalig lid van de Kustwacht, maandag gepland voor de rechter. Op verzoek van zijn raadsman, mr. Carlo, besloot de rechter de behandeling aan te houden.
Uit het bericht blijkt dat mr. Carlo de rechter per e-mail had geïnformeerd dat het Openbaar Ministerie de processtukken te laat had aangeleverd, waardoor hij onvoldoende gelegenheid had gehad de zaak met zijn cliënt te bestuderen. De verdachte was om die reden niet in persoon verschenen ter zitting. Zijn raadsman deelde de rechter mee dat E.J.F. wel aanwezig zal zijn zodra de zaak inhoudelijk wordt behandeld.
Volgens SoloDiPueblo heeft het Openbaar Ministerie de volgende beschuldigingen geformuleerd tegen E.J.F. Ten eerste wordt hij ervan beschuldigd op 13 maart 2023, samen met anderen, een bootmotor te hebben gestolen, waarbij hij gebruik zou hebben gemaakt van zijn positie of gelegenheid als lid van de Kustwacht. Ten tweede wordt hij beschuldigd van het verbergen van lichtsignaalraketten en munitie in de periode van 4 tot en met 11 maart 2023. Ten derde wordt hem ten laste gelegd dat hij een aantal zeeschildpadden — dieren die wettelijke bescherming genieten — zou hebben gedood of verwond. Ten vierde wordt E.J.F. ervan beschuldigd dat hij anderen, door middel van giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of bedrog, dan wel door het verschaffen van gelegenheid of informatie, ertoe heeft gebracht zeeschildpadden te doden of te verwonden, zulks in de periode augustus 2023. Daarbij zou hij opzettelijk informatie hebben verstrekt over locaties waar zeeschildpadden kunnen worden gevangen in de territoriale wateren van Aruba, en zou hij betalingen hebben gedaan of afspraken hebben gemaakt omtrent de aankoop of betaling van zeeschildpadden.
De rechter gaf aan de zaak aanvankelijk te willen behandelen, maar ging akkoord met het uitstelverzoek van mr. Carlo nadat deze had toegelicht dat het hem feitelijk onmogelijk was om verzoeken in te dienen zonder de zaak adequaat met zijn cliënt te hebben kunnen voorbereiden. Uit het bericht blijkt voorts dat in december 2025 een zogeheten tomzitting had plaatsgevonden, waarbij E.J.F. een schikking had geweigerd omdat hij zich niet schuldig acht. Het Openbaar Ministerie had bij die gelegenheid aangekondigd dat een strafzaak zou volgen.
Mr. Carlo deelde de rechter mee dat hij verwacht zijn verzoeken uiterlijk eind juni 2026 in te kunnen dienen bij zowel het Openbaar Ministerie als de rechter. Hij lichtte toe dat hij tegen die tijd voldoende gelegenheid zal hebben gehad om de zaak met zijn cliënt te bestuderen en te bespreken. De raadsman gaf tevens aan dat de zaak naar zijn oordeel volledig steunt op de verklaring van zijn cliënt, en dat hij de verklaringen van meerdere getuigen wenst te bestuderen alvorens zijn verzoeken in te dienen.
De rechter heeft een nieuwe regiezitting vastgesteld op 6 augustus 2026.
Betrokkene was niet bereikbaar voor commentaar.
