In de Democratische Republiek Congo worstelen gezondheidswerkers met een snel groeiende ebola-uitbraak die al meer dan tweehonderd mensen het leven heeft gekost. Volgens de meest recente cijfers van de Congolese overheid zijn er inmiddels 867 vermoedelijke gevallen geregistreerd en zijn 204 mensen aan de ziekte bezweken. De uitbraak is niet beperkt gebleven tot Congo: buurland Uganda meldde vijf bevestigde besmettingen.
De Congolese regering verklaarde de uitbraak officieel op 15 mei. Sindsdien zijn er verdachte en bevestigde gevallen opgedoken in een gebied dat groter is dan de Amerikaanse staat Florida. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verhoogde vrijdag het risiconiveau op nationaal niveau naar ‘zeer hoog’. Volgens een WHO-functionaris is de kans op snelle verdere verspreiding groot, wat de aanpak van de uitbraak aanzienlijk bemoeilijkt.
Ebola is een ernstige virusziekte die koorts, braken en in sommige gevallen bloedingen veroorzaakt. De incubatietijd kan weken bedragen en de ziekte is vaak dodelijk. Gezondheidswerkers, VN-personeel en hulporganisaties zijn direct na de officiële bevestiging grootschalig in actie gekomen.
Een groot probleem is dat het virus waarschijnlijk al weken, mogelijk zelfs maanden, circuleerde voordat de autoriteiten het opmerkten. De eerste bekende patiënt was een verpleegkundige die op 24 april symptomen vertoonde in de stad Bunia, in de provincie Ituri in het oosten van Congo. De verpleegkundige werd begraven in de nabijgelegen goudmijnstad Mongbwalu, waar gedurende de hele maand april al een reeks onverklaarde sterfgevallen had plaatsgevonden. Binnen één week stierven daar vier zorgmedewerkers. Volgens een intern rapport van het Congolese ministerie van Volksgezondheid leidde dit tot grote paniek onder de bevolking, mede aangewakkerd door geruchten over bovennatuurlijke oorzaken.
Drie vrijwilligers van het Rode Kruis die in de regio werkzaam waren, zijn eveneens overleden aan vermoedelijke ebola-besmetting, nadat zij in contact waren gekomen met lichamen van slachtoffers.
De late ontdekking van de uitbraak is deels te wijten aan het feit dat het om een zeldzamere variant van het ebolavirus gaat. Congo heeft sinds 1979 zeventien officiële ebola-uitbraken meegemaakt, waarbij de meeste werden veroorzaakt door de zogeheten Zaire-variant, waartegen een vaccin beschikbaar is. De huidige uitbraak wordt echter veroorzaakt door een minder bekende variant, wat de bestrijding verder bemoeilijkt.
De situatie wordt ook gecompliceerd door de aanhoudende gewapende conflicten in het oosten van Congo, die de toegang voor hulpverleners beperken en het wantrouwen onder de lokale bevolking vergroten. Gezondheidsautoriteiten vrezen dat het werkelijke aantal besmettingen veel hoger ligt dan de officiële cijfers, omdat veel gevallen mogelijk onopgemerkt blijven in afgelegen en onveilige gebieden.