ORANJESTAD — MEP-parlementariër Dangui Oduber stelt dat de stijgende kosten van levensonderhoud de bevolking van Aruba zwaar treffen. Volgens hem laat de ontwikkeling van het bestaansminimum zien dat de uitgaven voor basisbehoeften blijven oplopen, ondanks eerdere beloften van de regering om de kosten van levensonderhoud te verlagen en de koopkracht te verbeteren.
Oduber verwijst naar cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, waaruit volgens hem blijkt dat het bestaansminimum blijft stijgen. Die norm geeft aan welk minimuminkomen nodig is om als individu of huishouden in de samenleving in de basis te kunnen functioneren. Daarbij wordt gekeken naar essentiële uitgaven, zoals voeding, kleding, huisvesting, vervoer en andere basisbehoeften.
Voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen van 0 tot 14 jaar bedroeg het benodigde minimuminkomen in maart 2026 volgens de aangehaalde cijfers Afl. 5.602 per maand. Dat is Afl. 95 meer dan in maart 2025, toen dat bedrag op Afl. 5.507 lag. Vooral de kosten voor voeding en niet-alcoholische dranken zouden in een jaar tijd met Afl. 71 zijn gestegen, terwijl de uitgaven aan huisvesting met Afl. 14 toenamen.
Ook voor alleenstaanden schetst Oduber een zorgelijk beeld. Het bestaansminimum voor één volwassene zou uitkomen op Afl. 2.636 per maand, terwijl het minimumloon rond Afl. 1.900 ligt. Volgens hem betekent dit dat een minimuminkomen onvoldoende is om de basiskosten van levensonderhoud te dekken en dat daarmee een maandelijks tekort van ruim Afl. 700 ontstaat.
De parlementariër stelt dat consumenten de prijsstijgingen dagelijks merken in de supermarkt en bij vaste lasten als water, elektriciteit en gas. Volgens hem is van de beloofde verlichting voor de bevolking geen sprake en voelen veel gezinnen zich juist zwaarder onder druk gezet. Hij zegt dat steeds meer mensen meerdere banen nodig hebben om het einde van de maand te halen, wat leidt tot extra stress en druk binnen gezinnen.
Daarnaast uit Oduber kritiek op het regeringsbeleid richting mensen met een minimuminkomen en de middenklasse. Volgens hem ontbreekt het aan concrete maatregelen om de koopkracht van deze groepen te verbeteren. Hij waarschuwt dat de middenklasse steeds verder onder druk komt te staan.
Oduber noemt het onaanvaardbaar dat huishoudens volgens hem steeds meer moeite hebben om rond te komen, terwijl de overheid volgens hem over een overschot van meer dan 500 miljoen florin beschikt. Hij stelt dat die welvaart niet merkbaar is voor de bevolking en pleit voor maatregelen die de kosten van levensonderhoud verlagen en de koopkracht versterken.
