
De hoogste leider van Iran, Mojtaba Khamenei, spoorde de burgers aan zich te concentreren op economische veerkracht en riep op tot wat hij omschreef als een „economische en culturele jihad” in een boodschap van de Dag van de Arbeid.
Hij zei dat Iran militair gezien zijn kracht had getoond en dat het nu zijn tegenstanders op economisch gebied moet „teleurstellen en verslaan”.
Khamenei riep op om prioriteit te geven aan in eigen land geproduceerde goederen en drong er bij bedrijfseigenaren op aan om ontslagen waar mogelijk te vermijden.
Hij zei dat bedrijven die getroffen zijn door recente verstoringen moeten werken om hun personeelsbestand te behouden, waarbij economische stabiliteit een belangrijke nationale prioriteit is.