ORANJESTAD — De MEP-fractie heeft de voorzitter van de Staten schriftelijk om opheldering gevraagd over de planning van meerdere openbare vergaderingen met minister Gerlien Croes. In een brief van 30 april stelt de fractie dat eerdere verzoeken nog steeds niet zijn ingepland, terwijl een recenter verzoek wel is geagendeerd.
Het gaat volgens MEP om een spoedverzoek van 17 april 2026 over openbare aanbestedingen in het onderwijs. Die vergadering is inmiddels vastgesteld voor maandag 11 mei 2026. De fractie zegt dat zij die agendering waardeert, maar plaatst daar tegelijk vraagtekens bij omdat drie eerdere verzoeken over dezelfde minister nog openstaan.
Volgens de fractie betreft het een verzoek van 4 maart 2026 voor een openbare vergadering over integriteit en transparantie, een verzoek van 6 maart 2026 over de visie op het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister en de verhoudingen binnen het Koninkrijk, en een verzoek van 14 april 2026 over het opheffen van Departamento di Mucha y Hoben. Bij alle drie de verzoeken zijn volgens MEP al herinneringen verstuurd.
Voor de verzoeken van 4 en 6 maart is de termijn van 30 dagen uit het Reglement van Orde van de Staten volgens de fractie inmiddels verstreken. Voor het verzoek van 14 april geldt dat die termijn nog niet voorbij is, maar ook daarbij is volgens MEP al meerdere keren gerappelleerd zonder dat een vergadering is uitgeschreven.
MEP wil van Statenvoorzitter A.M. Sneek een gemotiveerde toelichting waarom de eerdere verzoeken nog niet zijn gehonoreerd en wanneer de drie openstaande vergaderingen alsnog worden uitgeschreven. Daarnaast werpt de fractie een principiële vraag op: of er in de praktijk ruimte ontstaat voor een minister om zelf te bepalen aan welke vergadering zij wel of niet deelneemt, terwijl het Reglement van Orde daar volgens MEP geen ruimte voor laat.
De fractie stelt dat het uitblijven van tijdige agendering direct raakt aan de controlerende taak van het parlement en aan de beginselen van transparantie en behoorlijk bestuur. Vanwege het volgens haar constitutionele belang van de kwestie is ook de gouverneur van Aruba per afschrift van de brief geïnformeerd.
