ORANJESTAD — Alle uitbetalingen in het kader van het FASE-programma zijn in juni 2022 alsnog gelegaliseerd door het Parlement. Dat zegt MEP-parlementariër Xiomara Maduro in reactie op het recente onderzoek van de Algemene Rekenkamer Aruba (ARA) naar de jaarrekening 2020.
De ARA concludeerde dat de regering tijdens de coronapandemie steun in de vorm van FASE heeft verstrekt zonder dat op dat moment een toereikende wettelijke basis bestond. Maduro, die in die periode minister van Financiën was, stelt dat de regering destijds onder uitzonderlijke omstandigheden snel moest handelen.
Volgens haar was het in de acute fase van de pandemie niet mogelijk eerst een wetstraject af te ronden voordat hulp aan de bevolking kon worden verstrekt. Zij benadrukt dat de regering heeft ingegrepen om te voorkomen dat inwoners zonder inkomen in ernstige problemen zouden raken.
Tijdens de pandemie ontvingen volgens Maduro in totaal 12.446 personen steun via het FASE-programma. Daarmee was een bedrag gemoeid van 42,8 miljoen florin, bedoeld om basisbehoeften te kunnen dekken.
De ARA merkt op dat ten tijde van de invoering van FASE de inkomsten van Aruba sterk waren teruggevallen, veel mensen dringend ondersteuning nodig hadden en het overheidsapparaat met een minimale bezetting moest blijven functioneren. Tegelijkertijd stelt de Rekenkamer vast dat de formele juridische grondslag op dat moment nog ontbrak.
Maduro wijst erop dat de regering op 9 december 2020 het wetgevingstraject is gestart door het ontwerp voor de FASE-wet voor advies aan de Raad van Advies voor te leggen. Dat advies volgde op 21 januari 2021. Daarna liep het verdere traject volgens haar vertraging op door andere prioriteiten tijdens de pandemie en door het verkiezingsjaar 2021.
In juni 2022 is de FASE-wet uiteindelijk door het Parlement aangenomen. Daarmee zijn volgens Maduro alle eerder verrichte betalingen alsnog gelegaliseerd.
