ORANJESTAD — MEP-parlementariër Edgard Vrolijk heeft minister Gerlien Croes opgeroepen om verantwoording af te leggen over een reis per privéjet. Volgens Vrolijk is transparantie in deze kwestie geen keuze, maar een wettelijke verplichting.
De uitspraak volgt op gesprekken tijdens de IPKO-bijeenkomsten eind februari, waar het onderwerp volgens Vrolijk ook binnen de Nederlandse delegatie aandacht kreeg. Hij stelt dat daarbij met name twee punten naar voren kwamen: de noodzaak van volledige openheid over de reis en de regels rond het aannemen van geschenken door een minister in functie.
Vrolijk noemt het zorgelijk dat een parlementariër via een beroep op de Landsverordening openbaarheid van bestuur informatie moet opvragen die volgens hem openbaar behoort te zijn. Hij verwijst daarbij naar artikel III.16 van de Staatsregeling, dat parlementariërs het recht geeft om informatie van de regering te ontvangen.
Volgens de MEP-politicus zijn vragen als wat de vlucht heeft gekost en wie daarvoor heeft betaald eenvoudig en fundamenteel. Als de minister stelt dat zij de dienstreis zelf heeft betaald, dan moet zij volgens hem betalingsbewijzen kunnen overleggen. “Transparantie blijkt niet uit woorden, maar uit documenten”, aldus Vrolijk.
Daarnaast wijst hij op de Landsverordening integriteit. Indien niet kan worden aangetoond dat de minister de reis zelf heeft bekostigd, dan kan de vlucht volgens hem worden aangemerkt als een geschenk. In dat geval had dit binnen een redelijke termijn moeten worden gemeld. Vrolijk stelt verder dat ook de premier het parlement had moeten informeren als daadwerkelijk sprake was van een ontvangen gift.
Ook het geldende gedragscode voor ministers noemt hij relevant. Daarin staat dat geschenken moeten worden geregistreerd. Bovendien geldt volgens Vrolijk dat een minister een gift met een waarde boven 250 florin niet mag aannemen. Een vlucht per privéjet vertegenwoordigt volgens hem een veel hogere waarde, waardoor acceptatie in strijd zou kunnen zijn met de regels.
Vrolijk zegt dat de kwestie niet draait om een persoonlijke aanval op de minister, maar om naleving van bestaande wet- en regelgeving. Volgens hem staat de integriteit van het openbaar bestuur op het spel zolang geen duidelijkheid wordt gegeven over de betaling van de reis.
“Ik vraag geen gunst, maar eis dat de wet wordt nageleefd. Het volk verdient transparantie, geen excuses,” aldus Vrolijk.
