ORANJESTAD — Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in de strafzaak Caret tegen twee politieagenten dezelfde straf geëist: een voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 180 uur. De zaak werd afgelopen vrijdag en vandaag inhoudelijk behandeld door het Gerecht in eerste aanleg.
De strafzaak, die op veel publieke belangstelling kon rekenen, draait om het schietincident in de nacht van 9 februari 2025. Daarbij kwam A.C. Lanoy om het leven nadat hij door een politiekogel was geraakt. In de zaak staan de agenten R.R.G.D. en M.V. terecht. Zij worden door het OM verdacht van medeplegen van doodslag, nadat zij na een achtervolging meerdere schoten op de auto van Lanoy zouden hebben gelost.
Volgens het OM stond tijdens de behandeling centraal of de twee agenten strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het overlijden van Lanoy. Het OM gaat ervan uit dat geen sprake was van boos opzet, maar stelt dat de agenten door meermalen gericht op het voertuig te schieten bewust het risico hebben genomen dat de bestuurder dodelijk geraakt kon worden.
De verdachten hebben verklaard dat zij uit zelfverdediging handelden en zich in een bedreigende situatie bevonden. Het OM concludeert echter op basis van videobeelden dat van een noodweersituatie geen sprake was. Ook zou het grote aantal afgevuurde schoten in geen redelijke verhouding hebben gestaan tot de situatie van die nacht.
Bij het bepalen van de strafeis heeft het OM verschillende omstandigheden meegewogen. Daarbij werd onder meer gewezen op het verdriet van de nabestaanden van Ayden Lanoy, die zonder hun dierbare verder moeten leven. Ook stelde het OM dat het incident grote impact heeft gehad op de Arubaanse samenleving. Het veelvuldige schieten op een auto in een woonwijk, met dodelijke afloop, leidde volgens het OM tot verontwaardiging, onrust en gevoelens van onveiligheid onder burgers.
Tegelijkertijd is volgens het OM rekening gehouden met het feit dat beide agenten en hun families publiekelijk zwaar zijn veroordeeld. Zij werden op nieuwssites en sociale media genoemd, beledigd en volgens het OM zelfs ernstig bedreigd.
Verder benadrukte het OM dat deze zaak verschilt van een doorsnee strafzaak waarin iemand met een illegaal vuurwapen op een ander schiet. Het gaat om politieagenten van wie verwacht wordt dat zij in gevaarlijke situaties optreden en zo nodig geweld gebruiken. Aan dat geweldsgebruik zijn echter strikte regels verbonden. Volgens het OM kan en moet een agent strafrechtelijk worden vervolgd wanneer in de hectiek van een incident een verkeerde beslissing wordt genomen.
De rechter sluit de behandeling van de zaak op 16 maart. Een uitspraak volgt mogelijk op 2 april.
