ORANJESTAD — ATIA heeft de regering opgeroepen om zich beter voor te bereiden wanneer wordt besloten om feestdagen te verplaatsen of een extra vrije dag aan te kondigen. Aanleiding is de informatie die op woensdag 20 januari via sociale media circuleerde, waaruit zou blijken dat maandag 26 januari 2026 tot vrije dag wordt verklaard omdat de viering van de Dag van Betico dit jaar op een zondag valt.
Volgens ATIA kwam dat bericht voor de handelssector als een schok, vooral vanwege de zeer korte termijn waarop ondernemers zich op zo’n wijziging moesten instellen. De organisatie zegt het culturele belang van de Dag van Betico te erkennen, maar vindt het betreurenswaardig dat een besluit met grote gevolgen voor de dagelijkse bedrijfsvoering zonder voldoende voorbereiding en evaluatie van de impact op het bedrijfsleven is aangekondigd.
ATIA wijst erop dat ondernemingen tijd nodig hebben om roosters aan te passen, afspraken te verzetten en reeds geplande activiteiten met klanten te herzien. In dit geval zou de aankondiging slechts enkele dagen voor het weekend zijn gedaan, waardoor volgens de organisatie nauwelijks ruimte bestond om de bedrijfsvoering ordelijk aan te passen.
Daarnaast benadrukt ATIA dat toekomstige wijzigingen van deze omvang ook een duidelijke wettelijke basis moeten hebben. Volgens de organisatie moet vooraf vaststaan dat een dergelijke beslissing door de wet wordt gedekt. ATIA stelt dat de maatregel mogelijk vanuit goede bedoelingen is genomen, maar dat onvoldoende rekening is gehouden met de praktische en financiële gevolgen voor zowel ondernemers als consumenten.
De organisatie pleit er daarom voor om dit soort besluiten voortaan tijdig te bespreken met ondernemers en andere stakeholders in de private sector. Op die manier kan de mogelijke impact op de gemeenschap beter worden beoordeeld en kan worden vastgesteld of een maatregel daadwerkelijk in het belang van het land is en juridisch correct is onderbouwd. Volgens ATIA kan de handelssector zich dan ook beter voorbereiden, zodat situaties zoals nu, die tot onenigheid tussen werkgevers en werknemers kunnen leiden, worden voorkomen.
