ORANJESTAD – MEP-fractieleider Evelyn Wever-Croes heeft zich na de parlementaire vergadering van afgelopen maandag uitgesproken tegen de rijkswet HOFA in de huidige vorm. Volgens haar staat zij achter het beleid en werk van haar voormalige regering, maar niet achter bepalingen die volgens haar op het laatste moment door Nederland zijn toegevoegd.
Wever-Croes stelde dat de huidige regering van AVP en Futuro heeft toegestaan dat onderdelen in het wetsvoorstel zijn opgenomen waar zij, haar kabinet en een groot deel van de gemeenschap het niet mee eens zijn. „Afspraak is afspraak, maar wat op het einde is toegevoegd, maakte geen deel uit van de afspraken”, aldus de parlementariër. Om die reden verzet haar partij zich tegen de voorgestelde rijkswet HOFA.
Zij uitte daarnaast kritiek op de volgens haar beperkte duidelijkheid vanuit de regering over de inhoud van de ondertekende afspraken. Als voorbeeld noemde zij dat nog niet bekend zou zijn hoeveel minder rente Aruba uiteindelijk zal gaan betalen en dat de berekeningen daarvoor nu pas worden gemaakt. Ook wees zij op een bepaling in de rijkswet die volgens haar inhoudt dat geen enkele wet met financiële gevolgen door het parlement van Aruba mag worden aangenomen zonder goedkeuring van Nederland.
Volgens Wever-Croes zou zo’n bepaling, zoals ook door rechtsgeleerden is aangegeven, in strijd kunnen zijn met de Arubaanse Grondwet. Omdat ministers volgens haar tijdens de behandeling onvoldoende uitleg hebben gegeven over de reikwijdte van dat artikel, is toegezegd dat juridisch advies zal worden ingewonnen.
Verder beklaagde de MEP-leider zich erover dat de regering niet alle informatie en documenten met het parlement heeft gedeeld. Volgens haar wacht het parlement nog altijd op onder meer een brief van 14 augustus 2025. Zij noemde het zorgelijk dat volgens haar relevante informatie wordt achtergehouden.
Wever-Croes riep op tot bredere samenwerking om de regering ertoe te bewegen geen fouten te maken in een wet die volgens haar nadelig kan uitpakken voor de Arubaanse bevolking. Tegelijkertijd sprak zij van een groeiend draagvlak tegen de huidige opzet van HOFA.
Volgens de fractieleider zijn inmiddels tien parlementariërs tegen het voorstel, evenals vrijwel alle vakbonden. Ook verwees zij naar bijna 10.000 ondertekenaars van een actie tegen de wet en stelde zij dat de meerderheid van de bevolking zich eveneens afwijzend opstelt. De handtekeningenactie wordt volgens haar voortgezet, omdat nog één parlementariër nodig zou zijn om het voorstel van tafel te krijgen.
Wever-Croes noemde de huidige situatie daarom een eerste overwinning, maar benadrukte dat de strijd volgens haar nog niet voorbij is en juist zal worden opgevoerd.
