ORANJESTAD — MEP-parlementariër Edgard Vrolijk heeft kritiek geuit op de gang van zaken rond de zogeheten geschillenregeling binnen het Koninkrijk. In een verklaring stelt hij dat er sprake is van een gebrek aan transparantie over de behandeling en doorgeleiding van het wetsvoorstel.
Volgens Vrolijk kwam de kwestie aan de orde tijdens een vergadering van de Koninkrijkscommissie op 8 juli 2025, waar gesproken werd over punten voor de agenda van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) en het Tripartite-overleg. Toen werd gevraagd om de geschillenregeling op de agenda te plaatsen, zou parlementsvoorzitter Marlon Sneek hebben meegedeeld dat het voorstel al naar de regering was gestuurd met het oog op doorgeleiding naar de Rijksministerraad.
Vrolijk zegt verbaasd te zijn geweest dat de leden van het parlement en met name de leden van de Koninkrijkscommissie daarover niet eerder waren geïnformeerd. Hij benadrukt dat het om een traject gaat dat eerder door oud-parlementariër Ady Thijsen in gang was gezet en dat volgens hem onder zijn eigen voorzitterschap verder is afgerond. Naar zijn zeggen was eind augustus 2024 al steun verkregen van Curaçao en Sint Maarten om het proces richting de ministerraad te starten.
Na herhaald verzoek om informatie zou Vrolijk uiteindelijk documentatie hebben ontvangen waaruit blijkt dat het voorstel al op 12 juni 2025 naar de regering was gestuurd om verder te worden geleid naar de Rijksministerraad. Volgens hem is het stuk daarna echter niet op de juiste plaats terechtgekomen, waardoor het wetgevingstraject zoals voorzien in het Statuut voor het Koninkrijk niet kon worden voortgezet.
Tijdens dezelfde vergadering van 8 juli 2025 zou Sneek als mogelijke verklaring hebben gegeven dat de afhandeling vertraging opliep, mede doordat er geen gevolmachtigde minister was. Vrolijk noemt het opmerkelijk dat de Rijkswet HOFA volgens hem wel op 13 augustus 2025 bij de Rijksministerraad terechtkwam en daar op 29 augustus 2025 werd goedgekeurd, terwijl het parlement van Aruba daarover volgens hem geen inzage kreeg en niet vooraf werd geïnformeerd.
De MEP-parlementariër stelt dat de geschillenregeling juist bedoeld is om de landen binnen het Koninkrijk bescherming te bieden tegen besluiten op grond van een rijkswet. In zijn lezing zouden landen via die regeling advies kunnen vragen aan de Raad van State, waarna dat oordeel moet worden gevolgd. Volgens Vrolijk biedt dat meer rechtszekerheid en vormt het een waarborg tegen machtsmisbruik.
Hij plaatst daartegenover de keuze voor kroonberoep in de HOFA-wetgeving. Volgens Vrolijk kan in dat systeem worden afgeweken van een advies van de Raad van State, wat volgens hem vooral in het voordeel van Nederland uitpakt. Hij noemt dat in strijd met de bedoeling van artikel 12a van het Statuut, waarin juist is voorzien in een geschillenregeling ter bescherming van de landen, met name de kleinere landen binnen het Koninkrijk.
Vrolijk spreekt in zijn verklaring zijn teleurstelling uit over de opstelling van FUTURO en AVP in het parlement van Aruba. Volgens hem is een gezamenlijk parlementair standpunt van Aruba, Curaçao en Sint Maarten terzijde geschoven door de Arubaanse regering zonder overleg met het parlement. Daarmee, zo stelt hij, wordt niet gekozen voor het verkleinen maar juist voor het vergroten van het democratisch tekort binnen het Koninkrijk.
