ORANJESTAD — Statenlid Evelyn Wever-Croes heeft scherpe kritiek geuit op de manier waarop de regering van Aruba de Staten heeft betrokken bij de rijkswet HOFA. Volgens Wever-Croes is de wet aan de Rijksministerraad aangeboden en inmiddels goedgekeurd, zonder dat de Staten daarover op enig moment door de minister-president of diens kabinet zijn geïnformeerd.
Zij spreekt van een ernstige aantasting van de positie van de Staten en van het dualisme binnen het staatsbestel. Volgens het Statenlid zijn bovendien afspraken geschonden die in september 2022 tijdens het Interparlementair Koninkrijksoverleg zijn gemaakt tussen de parlementen van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland. Daarbij was afgesproken dat de regeringen van de Caribische landen hun parlementen in elke fase van het proces zouden betrekken en volledig informeren.
Wever-Croes stelt dat de handelwijze van de Arubaanse regering haaks staat op die afspraken. Zij noemt het extra ernstig dat tijdens de behandeling van de suppletoire begroting op 25 augustus 2025 expliciet naar de stand van zaken rond deze rijkswet is gevraagd. Volgens haar is de Statenfractie van haar partij toen onjuist geïnformeerd.
In haar reactie verwijst Wever-Croes ook naar haar periode als voormalig minister-president. Zij stelt dat zij destijds steeds vooraf overleg voerde met de Staten voordat een handtekening werd gezet onder voorstellen. Volgens haar is het onbegrijpelijk dat de huidige minister-president dat principe niet heeft gevolgd.
Het Statenlid zegt inmiddels politieke stappen te hebben gezet. Zo heeft zij een brief gestuurd aan Statenvoorzitter Marlon Sneek om haar ongenoegen kenbaar te maken. Een afschrift daarvan is verzonden aan de Gouverneur van Aruba, de Staten van Curaçao en Sint Maarten, de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, VNO en het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken.
Daarnaast heeft Wever-Croes de minister-president schriftelijk om uitleg en excuses gevraagd. In een reeks vragen wil zij onder meer weten waarom de Staten niet zijn geïnformeerd, waarom volgens haar onjuiste informatie is verstrekt en welke garanties er zijn dat dit in de toekomst niet opnieuw zal gebeuren.
